Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar van eenen anderen kanl is dit deel van 's Apostels leer geenszins het gevvigtigste. Immers het hoofddoel van zijne werkzaamheid door prediking en geschriften was niet, om Godloochenaars tot de erkentenis van eenen God, of Heidenen lot de regie voorstelling van den eenen waren God te brengen; maar om Joden en met het Jodendom bekende Heidenen, dat is, om menschen, die over God in 't algemeen vrij zuivere begrippen koesterden, lot de overtuiging en het geloof le leiden, dat de hun bekende God zich nu op het heerlijkste in jezus chxistus, zijnen Zoon, had geopenbaard. Zoo werd dan', te regt, Christus de hoofdinhoud zijner prediking, en sprak hij over Gods natuur en gezindheid, in de vooronderstelling, dal zijne hoorders die kenden, veelal minder opzettelijk en uitvoerig, en slechts in het voorbijgaan.

Bij de uiteenzetting van paulus denkwijze over Gods natuur en gezindheid, zoo als die zich in jezus Christus openbaart, zullen wij dus meestal velerlei losse en daarheen geworpene gezegdeu des Apostels moeten zamenvoegen, of de vooronderstellingen, waarop zijne redenering hier en daar rust, moeten opsporen , om daaruit een geheel op te maken. Ik zal daarbij van het heerschende en duidelijkste tol het zeldzamer voorkomende en min heldere overgaan, zonder evenwel al, wat paulus over Gods natuur en gezindheid gezegd of voorondersteld hebbe, angstig op te zoeken. Immers het komt er ons niet op aan, om een hoofddeel der Dogmatiek te hebben over Gods wezen en eigenschappen, met plaatsen uit paulus Redevoeiingen en Brieven aangevuld; maar de aan paulus eigenaardige voorstelling van God wenschen wij te kennen, en dit kan men beter door de enkele

Sluiten