Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïijn ware en echte onderdanen in Gods genadig oog, niet wegens deze heiligheid of liefde, maar indien zij dezen wortel in zich hebben, het geloof. Dit geloof rekent God tot regtvaardigheid (85); en wat de stipste wetsvervulling te vergeefs had trachten te bereiken, dat schonk nu het geloof zonder de werken der wet (Ö6j. Dit laatste herhaalt paulus vele malen (87). En waarlijk niet zonder reden! Een ander mogt het genoeg achten te zeggen : » Het is eene regtvaardigheid uit het Evangelie, niet uit de wet," of, » uit het geloof, niet uit de wetsbetrachling." Paulus moet het doen gevoelen, dat zij zonder eenige de minste werken ons door God wordt gegeven door zijne genaderijke toerekening onzes geloofs. Want hij zelf was door God geroepen tot bekeering en geloof, en dadelijk, voor dat hij zelfs zijn geloof had kunnen uitspreken, laat staan eenige werken verrigten, niet alleen voor een' deelgenoot des Christendoms , maar zelfs voor een' Apostel in hetzelve verklaard (88). Zoo had hij het in zich zeiven ondervonden , hoe God zonder de werken ons regtvaardigt!

Het is dus eene regtvaardigheid, die God ons schenkt, om niet, door zijne genade (89), wanneer er in ons door dien hartekenner geloof wordt gezien, en in zoo verre dus ook eene regtvaardigheid uit of door het geloof (90), of gelijk hij haar ergens zeer

(85) Rom. IV: 3, 9, 22. Gal. III; 6.

(86) Rom. III: 20—28.

(87) Rom. III: 27, 28. IV: 14, 15, cm.

(88) Hand. XXVI: IC—18. (89) Rom. III: 24. (90) Rom. I: 17. III: 25, 28, 30.

Sluiten