Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

andere aanmerking is deze, dat het ons verwonderd heeft ook bij den Heer steinmetz, die zoo zeer met de geschriften der nieuwere zoowel als oudere Wijsgeerte toonde bekend te zijn, bij belangrijke vraagpunten der latere Wijsgeerte, b. v. omtrent de zekerheid van 't beslaan en de deugdelijkheid onzer kennis van de voorwerpen buiten ons, p. 168, 169, geene melding te vinden van hetgeen voorlang daarover even juist als helder ontwikkeld is door onzen f. iiemsterhuis (3). Daar wij toch van onze hedendaagsche Nederlandsche Schrijvers billijk verwachten mogen, dat zij althans niel langer den schijn hebben van den lot nog toe al te weinig gekenden grooten Nederlandschen Wijsgeer niet bestudeerd te hebben, die niet ten onregte de Bataafsche socrates genaamd is geworden. Dit meenden wij niet te mogen verzwijgen , terwijl wij in 't algemeen met de voortreffelijke Verhandeling van den Heer steinmetz hoog ingenomen zijn. en dezelve niet slechts in handen wenschen te zien van allen, die in 'ware Wijsgeerte belang stellen, en bijzonder van Godgeleerden onder dezen, maar ook zelfs wenschen zouden, dat, gelijk de Verhandeling van Prof. schröder over de waarheid der menschelijke kennis, door onzen Schrijver dikwerf aangehaald, zoo ook deze Verhandeling van den Heer steikmetz in het Hoogduitsch vertaald werd, ten einde ook aan Duilsche beoefenaars der Wijsgeerte bekend te worden. Wat de Heer steinmetz op p. 113 van den Hoogduitschen Schrijver h. schmid zoo tc regt zeide, dat zeggen wij gaarne ook van hem zeiven, dat hij was een beminnelijk en achtenswaardig,

(3) Men z.ie heh^tekhiis , in zijne &'ophyle, ou de la jtJulosophic.

Sluiten