Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al'/.oo doen. Paulus duidt het op onderscheidene wijze aan. Soms doel hij het door te kennen te geven, dat hij nu eene redenering gaat bezigen uit het standpunt , waarop zij staan, aan welke hij schrijft. Zoo b. v. begint hij zijne vergelijking van de dienstbaarheid des Ouden en de vrijheid des Nieuwen Verhonds met de twee zonen van abraham , den cenen uit de dienstmaagd, den anderen uit de •vrije, met de •voorstanders der wet aan te spreken: » Zegt mij , gij die onder de wet zijn wilt, hoort gij de wet niet (73)?" Meermalen echter geeft hij het te kennen door de spreekwijze »ik spreek naar den mensch, ik spreek op menschelijke wijze," waarmede hij niet zelden aanduidt, dat hij zich nu naar hunne vatbaarheid schikt , of naar hunne eigene begrippen redeneert (74). Maar hij zegt het ook wel eens met ronde woorden. Of kan men het sterker uitdrukken, dat hij zich in zijn onderwijs gebonden voelde aan de vatbaarheid dergene, die hij onderwijst, dan wanneer hij tot de Corinthiërs zegt: » En ik, Broeders! kon tot u niet spreken als tot geestelijke , maar als tot vleeschelijke , als tot jonge kinderen in Christus. Ik heb u met melk gevoed en niet met vaste spys ; want gij vermogt nog niet, ja gij vermoogt ook nu nog niet (75)." Met hetzelfde beeld drukt ook de Schrijver van den Brief aan de Hebreën dit uit, terwijl hij zijnen lezeren hunne traagheid in het hooren

(73) Gal. IV : 21 volgg.

(74) Rom. 111:5. Gal. III: 15. Hom. VI: 19. De laatste plaats is hier hijzonder merkwaardig, omdat païius er zelf bijvoegt om de zwakheid uws vleesches wille.

(75) I Cor. II: en 2.

Sluiten