Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT DE PERS

In de laatste aflevering van het Tijdschr. van den N. W. R. komt een artikel voor van de hand van den Directeur van het Gem. Beroepskeuzebureau te Amsterdam onder den titel „Beroepskeuze in Duitschland", een uitvoerig citaat uit Arbeit und Beruf, dat op zijn beurt citeerde uit Reichsarbeitsblatt van 16 Augustus 1924. Door al dat geciteer schijnt de oorspronkelijke objectieve bedoeling van den schrijver Dr. Walter Stets zeer geleden te hebben, die als volgt waarschuwt : „Wenn auch eine Selbstverstandlichkeit ausgesprochen wird, so musz an dieser Stelle doch hervorgehoben werden, dasz alle hier genannten Zahlen keinen Rückschlusz auf die Qualitat der Arbeit der einzelnen Stellen gestatten" en vervolgens „die Aufschlüsse sind nur quantitativ, nicht qualitativ zu werten." Dit oorspronkelijke objectieve karakter draagt bovenbedoelde bijdrage van den heer van Det niet. Meer objectiviteit is wel noodig ter bevordering der beroepskeuze-voorlichting .

V

Ingesteld is een commissie vanwege de Federatie van Handels- en Kantoorbedienden voor Handelsonderwijs voor Winkelbedienden, waarvan voorzitter de heer A. A. van Hamersveld en secretaris mr. H. Westerman, beiden te Amsterdam. Secretariaat is gevestigd : Keizersgracht 315.

V

Studiebeurzen: De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen brengt ter kennis van belanghebbenden, dat degenen, die gedurende den cursus 1925—1926 voor een Rijksbeurs ter tegemoetkoming in de kosten van hunne studie in aanmerking wenschen te komen (met uitzondering: 1°. van de studenten aan de Rijks Universiteiten en de Technische Hoogeschool, voor zoover zij reeds één of meer examens aan die inrich¬

tingen hebben afgelegd, welke gegadigden hunne aanvragen moeten richten tot curatoren der inrichting, waaraan zij studeeren; 2°. van hen, die aan eene inrichting ter opleiding van onderwijzer(es) of hoofdonderwijzer(es) studeeren; en 3°. van hen, die aan eene inrichting voor kunst studeeren) zich bij gezegeld adres tot zijn Departement moeten wenden vóór 1 April 1925. Leerlingen van ambachtsscholen en andere inrichtingen voor lager nijverheidsonderwijs moeten hun adres vóór 15 Februari 1925 indienen. Voor zoover niet vóór 1 September 1924 eene beurs werd genoten, moet uit het request blijken, dat de belanghebbenden bereid zijn de hun te verstrekken gelden te zijner tijd terug te betalen. De adressen, welke vóór genoemde data niet aan het Departement zijn ingekomen, kunnen niet in behandeling worden genomen.

V

Staatscommissie Openbaar en Bijzonder Voorbereidend Hooger- en Middelbaar Onderwijs: Ingesteld is eene Staatscommissie aan welke wordt opgedragen: te overwegen in hoever de Regeering, met inachtneming der grenzen, die de openbare kas stelt: a. een normale ontwikkeling van het openbare zoowel als van het bijzonder voorbereidend hooger en middelbaar onderwijs ook in de toekomst kan mogelijk maken, en b. een redelijk verband kan bevorderen tusschen de salarissen van het personeel van het middelbaar onderwijs aan Rijksscholen, het personeel van het voorbereidend hooger en middelbaar onderwijs aan gemeentescholen en het personeel van het voorbereidend hooger en middelbaar onderwijs -aan bijzondere scholen. Aan deze commissie is opgedragen van hare werkzaamheden en bevindingen rapport uit te brengen, terwijl het den leden, wier gevoelen van dat der meerderheid afwijkt, zal vrijstaan van dat afwijkend gevoelen te doen blijken bij afzonderlijk rapport, hetwelk tegelijk met

Sluiten