Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mensch Gods (de mensch die ontvangbaar is voor hetgeen des geesles Gods is) volmaakt zij, tot alle goed werk toegerust" (61).

Eindelijk zijn het ook bijzonder de menschelijke lotgevallen, welke God, die dezelve in zijne Voorzienigheid beschikt en bestuurt, gebruikt als middelen om den mensch, hetgeen hij in chkistus schenkt, deelachtig te maken. En wanneer wij op de algemeene wijze van zien des Apostels letten, zullen wij ook hier geene uitzonderingen ons kunnen voorstellen; zoowel bijzondere als algemeene. zoowel kleine voorvallen des levens, als groote en gewiglige gebeurtenissen, zoowel voorspoedige als tegenspoedige omstandigheden zullen, in den geest van paulus , daartoe moeten gebragt worden. Wanneer wij intusschen de tijden nagaan, in welke de Apostel leefde, en de omstandigheden en behoeften der gemeenten, aan welke hij schreef, zoowel als hetgeen hij zelf ondervinden moest, kan het ons niet bevreemden, dat wij hem, die uit de volheid zijns harten schreef, zeldzaam van

(61) 2 Tim. III: 15—17. Wij zouden eene verhandeling in plaats van eene aanteekening moeten schrijven , indien wij hetgeen te dezer plaatse opmerking verdient of ter harer verstand en ontwikkeling dienen kan , wilden uiteenzetten. Wij zeggen daarom alleen, dat door de Heilige Schriften, van welke hij vs. 15 spreekt, niet anders dan de Schriften des Ouden Verbonds, steeds zoo genoemd , kunnen hedoeld zijn. Spreekt hij intusschen vs. 16 van alle van God ingegevene Schriften , of misschien, in welke het Goddelijke ademt, een Goddelijke geest is, dan is zijne voorstelling nog meer algemeen, en, gelijk taums en tihoiheïïs dit in de Schriften des Ouden Verbonds erkenden, zoo mogen en moeten wij het* ook hijzonder in die des Kieuwen Verbonds erkennen , misschien zelfs iuimcr op alle echt Christelijke geschriften toepassen. Dat intusschen rAui.cs zoo dacht over het nut der vroegere geschriften, blijkt ook uit Rom. XV; 4, welke plaats hier teregt kan vergeloken worden.

Sluiten