Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgelingen zich zelve desgelijks verloochenen en hun kruis opnemen moesten , en desgelijks elkanderen liefhebhen , gelijk Hij hen lief had (33). Maar zijn dood en zijne verheerlijking maakten de sterkst mogelijke bevestiging uit van hetgeen Hij alzoo in zijn leven getoond en in zijne woorden uitgedrukt had. In zijnen dood zagen zij het zoo sterk en gevoelden zij het zoo diep mogelijk, dat Hij geen aardsch Messias was, en dat Hij uit liefde ook zijn leven op aarde opofferde voor de zijnen. Er was dus wel geen krachtiger middel denkbaar, om hunne aardsche denkwijze en aardsche verwachtingen te vernietigen, en om hunne liefde voor Hem ten toppunt te voeren. Hunne aardschgezindheid stierf en zonk met Hem in het graf; terwijl bij zijnen dood veelmeer nog dan in zijn leven de liefde voor Hem levendig werd in hun binnenste. En was het ook nog onvoldoende voor hun gemoed, dat zij nu eenen voor hen dooden Heer beminden, en bleef er ook thans nog iels van hunne oude denkwijze en gezindheid in hen over; die onvoldaanheid en dit overblijfsel beide moesten verdwijnen door zijne opstanding en zijne verheerlijking in den hemel. Nu toch hadden zij eenen levenden, den in den hemel ook voor hen levenden Heer lief. Ziet het! van stonden aan vereeren zij Hem, dien zij niet zien, en zijn als zijne vrienden eendragtiglijk bijeen (34). En nu ook is hun geest en hart met den verrezenen en ten hemel gevarenen Heer naar den hemel gerigt. Met den hemelschen Zaligmaker zijn zij verbonden en , eendragtiglijk bijeen zijnde, bidden en verlangen zij

(33) Matth. XVI: 34 volgg. Joh, XV; 13, 13.

(34) Luc. XXIV: 53. Hand. I: 13, 14.

Sluiten