Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigene voorstelling grondt zich zijne liefde lot de menschen in zijne liefde tot zijnen hemelschen Vader (47): deze voorstelling wordt bij paulus wel niet uitdrukkelijk aangetroffen, ofschoon dezelve ongetwijfeld in 's Apostels ziel gelegen heeft. Hy zegt immers, dat gehoorzaamheid aan zijnen Vader, — en vloeide niet die gehoorzaamheid uil de bron der liefde ? — jezus noople om de geslaltenis van eenen mensch aan te nemen, en den dood des kruises le ondergaan (48). En hoe krachtig drukt paulus het uit, dat het de liefde is, welke Christus aan de zijnen verbindt, hoe sterk is zijne overtuiging van die liefde, wanneer hij zegt: » Christus is voor ons gestorven, opgewekt, aan Gods reglerhand verhoogd en bidl voor ons. Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus , — ons daarvan de bewustheid en de overtuiging ontnemen? Verdrukking, noch benaauwdheid, noch vervolging, noch honger, noch naaktheid, noch gevaar, noch zwaard. In dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft lief gehad' (49). De overtuiging van zijne liefde, betoond in alles, wat Hy voor ons deed, houdt ons staande te midden van dat alles; niets zal de overtuiging van die liefde doen wankelen. — Uil liefde had Christus, in de geslaltenis Gods zijnde, zich zeiven vernietigd, had Hy de gestaltenis van eenen dienstknecht aangenomen en was den menschen in alles gelijk geworden (50). Uit liefde had Hij zich voor de zijnen overgegeven, was Hij voor allen gestorven , uit eene liefde, die de kennis te boven

(47) Joh. XVII. (48) PhUipp. II: 7,8.

(49) Rora. VIII : 3-1—3». (50) Phi!. II: 4—7.

Sluiten