Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lauden, of, wil men lie\er, aan de eene zamenhangende kelen onzer gebeele betrekking tot God, wier onderscheidene schakels zyn: eerst geloof aan, daarna gemeenschap met, voorts navolging van Hem, en wier einde zich in het deelgenootschap zijner zaligheid verliest. Doch wij willen dit wat dieper trachten in te zien en te gevoelen.

Hoogst belangrijk noemen wij vooreerst den invloed van het overwogene op ons geloof aan God. Dit verkrijgt er het ware leven door, mitsgaders een wonderbaar vermogen, om onzen geest te doen leven. Bij diegenen, die de krachten en wetten der natuur buiten God laten werken of dezen aan een eeuwig raadsbesluit gebonden wanen, kan dit geloof'naauwelyks iets meer zijn dan de eisch van het koele verstand , 't welk eene eerste oorzaak der dingen erkennen moet, maar voor het overige op haar bestaan en leven weinig gewigt legt. Het kan zich althans nimmermeer verheffen tot eigenlijk Gods—bewustzijn, 't welk, in het gemoed zetelende, een zoo streelend en versterkend voedsel geeft aan de ziel en op hare redelijke vermogens en krachten zoo weldadig werkt. Waar echter de voorstelling van een' altoos voortwerkenden Schepper ingang vindt, daar moet het geloof van zelf wel ophouden bloot bespiegeling en redenering te zijn; het wordt bevinding, gevoel des harten. Door heilige verbeelding bestuurd, ziet het oog des geestes allerwege, hoe uit God en door God alle dingen zijn en hoe die Volmaakte elk oogenblik op de wereld als het schouwtooneel zijner daden, niet bloot in het afgetrokkene doet kennen zijne magt, wijsheid, heiligheid en goedheid, maar vooral zich zeiven openbaart en verheerlijkt als de almagtige, wijze cn heilige liefde. Gewis! zulk een geloof aan

Sluiten