Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vallei van herlevende doodsbeenderen vertoonde (7). Zoo vonden zij Lij DANiëL, die, nog zeer jong zijnde, insgelijks naar Babel was Weggevoerd en wiens opvoeding en onderwijs zelfs aan hel hof des Konings was voltooid (8), hel denkbeeld van eene opstanding uit den dood duidelijk uitgesproken in de woorden: Velen van die in het stof der aarde slapen zullen ontwaken , deze ten eeuwigen leven en gene tot versmaadheden, tot eeuwige af gr ij zing (9). Zoo eindelijk zagen zij met wonderbaren heldenmoed de zeven broederen . den marteldood ondergaan, gesterkt door de overtuiging, dut de Koning der wereld hen tot eene opstanding des eeuwigen levens wederom zou opwekken; dat zij de leden, die zij van Hem hadden verkregen, weder van Hem hoopten te ontvangen ; dat de Schepper der wereld hun den geest en het leven eens genadiglijk zon wedersvhenken (10). In deze en dergelijke uitspraken en verwachtingen van hel voorgeslacht zag zich het uit Babel teruggekeerde en later levende Joodsche volk de opstanding uil den dood voorgesteld, en wel met name de opstanding van den geheelen menscli. Deze sliep in het slof der aarde, maar God zou hem doen herleven , de bij elkander behoorende beenderen weêr zamenbrengen, en het zou weêr een ligchaam worden met vleesch en bloed, hetwelk Gods adem weêr bezielen zou.

Indien wij nu de behoefte van den mensch aan troost tegen den dood en deszelfs slagen, indien wij

(7) Ezecliiël XXXVII: 1—10. (8) Danicl I: 3—8. (9) Daniël XII: 2.

(10) 2<'c Bock. der Alakkaleën VII: 9, 11, 14, 23.

Sluiten