Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is, een gebouw door menschel) opgetrokken, lerwyl de Godsregering onder Israël ontwijfelbaar van Goddelijken oorsprong is.

Wat mi in de tweede plaats den aard van beide deze regeringsvormen betreft, wij treffen, wanneer wij hier letten op bijzonderheden, in beide eenen Monarch, Ministers en Wellen aan. In beide toch wordt God zelf beschouwd als de hoogste gebieder: bij de Israëlieten onder den Hem eigenen naam van Jehova, bij de Christenen echter is het Christus , die als Zoon van God op gezag zijns Vaders het gebied in handen heeft. In beide wordt ook de onzigtbare Monarch vereerd in de zinnebeelden zijner tegenwoordigheid. Deze waren onder de Israëlieten van den aanvang der instelling van de Godsregering aanwezig. De takernakel gold voor de woning van den Monarch en daarna de tempel, die geheel als een koninklyk paleis werd ingerigl. In de Christelijke Kerk zijn echter de zinnebeelden van curistus tegenwoordigheid langzamerhand ontstaan. Eerst beelden van curistus, daarna andere teekenen en plegtigheden, en in den loop der eeuwen curistus zelf ligchamelijk in de gewijde hostie tegenwoordig. Dit nam toe, naarmate men hoe langer zoo meer aan het uiterlijke en stoffelijke bleef hangen.—Verder treffen wij zoowel in de Godsregering als in de Priesterregering, Ministers of staatsdienaren en plaalsbekleeders aan. Doch bij de Israëlieten hingen deze geheel af van de instellingen van Jehova, die ook zelf zoowel in zijne daden als op andere wijze toonde onmiddelijk te handelen en te regeren , zoodat het in waarheid eene Godsregering was, niet afhankelijk van Priesters. Maar bij de Christenen werd God of Christus geacht niet dan door Priesters

Sluiten