Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

adel, in Christus wedergeboren te zijn, in zijn lig— chaam le zijn ingeënt, één ligchaara, één geest met God te worden. Anderen mogen Koningszonen zijn, u zij het grootste, een Zoon van God te zijn en te heeten. En bij dezen adel behoort ook een luisterrijk wapen — het kruis, de doornenkroon, de lidleékenen des Heeren, die paulus zich beroemde in zyn ligchaam te dragen."

Gelijk f.rasmus hier aantoont, wat de ware adel is, zoo vervolgens, wat het gemeen rijkdom noemt, en wat de ware rijkdom is — cheistus liefhebben. Wat het gemeen liefde jegens iemand noemt — toegeven' aan zijne gebreken ; en wat waarachtige liefde is — hem genezen van zijne zonden. Doch het is onmogelijk al het stichtelijke en treffende, wat hier voorkomt, ook maar op le noemen. Evenwel kan ik niet nalaten van de stellingen eenen Christen passende, Wélke erasmus hierop laat volgen, eenige over le nemen.

»De Christen beminne de vromen in Christus, de goddeloozen om Christus ; die ons, nog zijne vijanden zijnde, het eerste alzoo heeft lief gehad, dat Hij zich geheel en al heeft opgeofferd, om ons le verlossen. De Christen beminne derhalve gene, omdat zij goed zijn: deze, opdat hij ze goed make."

»Wij halen geenen mensch, zoo als een getrouw Geneesheer geehen zieke haat. Wy halen alleen de zonden. Is iemand een echtbreker, een spotter: hij verfoeije den echtbreker, niet den mensch; den spotter , niet den mensch."

»Dit eene sta u steeds voor oogen: Hij is mijn vleesch, mijn broeder in Christus. Wat aan een lid wordt gedaan, gaal dat niet oVer in het geheele ligchaam en vandaar in het hoofd? Wij allen zijn elkanders leden: de leden maken te zamen het lig-

Sluiten