Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erlangde en zijns leeraars gevoelens in alle opziglen (met uilzondering alleen van wiklef's verwerping der transsubstantiatie) schijnt omhelsd te hebben. En hoe beschouwde nu deze groote bloedgetuige wiklef's en zijn eigen werk? De poging, om wiklef's boekeu te verbranden en zijne prediking te onderdrukken, noemde hij een linden van de Evangelische prediking (8). De Evangelie- verkondiging is hem het beste middel ter opwekking van de slapende Kerk, en hare verhindering een werk des Satans (9). In zijn voornaamste geschrift, Tractatus de Ecclesia, stelt hij het grondbeginsel op den voorgrond van het alleen geldend gezag der Heilige Schrit, gelijk in onze dagen ook wel gebeurt; maar weldra komt hij op den inhoud des Bijbels, het Evangelie van Christus. Dit zijn eerst zijne woorden: »Ieder Christen moet gelooven, 't geen de heilige geest in de Schrift heeft neergelegd." Maar dit grondbeginsel verklarende en toepassende op de dwalingen van zijne eeuw, heet het al spoedig daarna, »dat de Kerke1 ijken de Gemeente bederven , door legen het Evangelie ['t welk hij verkondigde] te prediken" (10). En zoo beschuldigden hem dan ook zijne vijanden. dat hij zoude gezegd hebben, dat de Paus het Evangelie van Christus wilde vernietigen (11).

(8) Bij gieseler , II. 4, p. 399, 400.

(9) Aldaar bl. 397.

(10^ Aldaar p. 408 , 410.

(11) In liet regterlijk verhoor van Hi'ss, 'twelk uit een II. S. is medegedeeld door ik k. leiuianm , in de Tlicol. SluJ. u, Krit 1837, I, p. 135—153. Zie aldaar p. 139.

Sluiten