Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A. Belang daarvan voor de kennis der Hervorming.

Veel heeft men getwist over het eigenlijk beginsel, of de eigenlijke beginselen, vanwaar deze Hervorming, of wel ieder der Hervormers, zij uitgegaan. Wij willen daar het eene en andere over vermelden, naar aanleiding van eene Doctorale Invvijdings-Verhandeling van den Heer a. boon, over welke wij tevens, naar gedane belofte (95), hier een verslag willen mededeelen. Zij heeft len tile), Over liet tweezijdig beginsel, waarvan bij de Kerkverbetering in de zestiende eeuw de Hervormers zijn uitgegaan (9G). Zij is in drie hoofdstukken verdeeld, waarvan hel eersle aanwijst, van welk tweezijdig beginsel luther in de Kerkhervorming is uitgegaan, het tweede, van welk tweezijdig beginsel de overige Hervormers zijn begonnen, en het derde, welke waarde aan dit tweezijdig beginsel zoowel in latere tijden gehecht is, als gehecht moet worden. Voor ons doel zij het ons geoorloofd hier te beginnen met een gedeelte van het derde hoofdstuk.

Heei bootï ^eeft ons daar eene beknopte, doch zeer belangrijke mededeeling, op welke verschillende wijzen de Geleerden de beginselen der Hervorming en der Henormers hebben beschouwd. Zij komt hierop neder. Eerst heeft men een paar eeuwen lang over 't algemeen gedacht, dat de Hervormers alleen het geloof aan Gods genade in chbistus als de oorzaak der zalie-

(95) Tijdschrift, 1840, III. 639.

(06) Dissertatio Theol. de duplici principio, unde in Ecclesia cmendanda exicrunt Saec. XVI lleformatorcs, quam — pro (jradu doctoris — cxamini offert abkahahus boon , Gron. 1839.

Sluiten