Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bleef men hier derhalve niet stilstaan liij hetgene eens was aangenomen en zoo als het was aangenomen; ook elders zocht men zich daarboven te verheffen. Zoo hadden Griekenlands wijsgeeren die hoogte bereikt , dat zij in de Goden, niet gelijk het volk, voorwerpen van aanbidding, maar eigenschappen der hoogste Godheid erkenden, en de fabelen niet meer geloofden, maar allegorisch verklaarden.

De eerste der door ons ter loops aangeduide zienswijze, met alle hare veelvuldige wijzigingen, is men gewoon onder den algemeencn naam van Gnoslicismus te begrijpen; de laatste onder den meer bijzonderen naam van Neo-plalonismus. Beide raken elkander in eenige punten en komen althans overeen in die vroeger opgegevene bedoeling; den oorsprong, aard en zamenhang der dingen zich te verklaren; schoon die verklaring bij de laatsten meer eenvoudig, meer terugwijzing op zich zelve en ontwikkeling uit zich zelve is, meer in verband staat met de opvoeding des menschen, meer daarop berekend is, terwijl de andere daarentegen (het Gtiosticismus) meer in bespiegelingen der verbeelding haar werk en hare kracht vindt, en meer naar buiten en naar boven zich keert.

Was het wonder, daar men zooveel uit het Heidendom in de Christelijke Kerk had overgebragt, dat ook deze beschouwingswijze op dezelve overging ? Welkom waren voor velen deze bouwstoffen, die met geestdrift en ijver van vreemden bodem op het Chrisselijk fundament werden overgevoerd (17). Dal dit echter alles geen goud was, laat zich bij voorraad

(17) CEMNTITCS, habciok.

Sluiten