Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

feith als Stichtelijke Dichters 7.ich al meer en meer ter navolging voorstelle (7), gelijk wij in liet bovenstaande den voorlrelTeJijken toon van van alphen herkennen. Hij zal daardoor, meenen wij , meer nog dan door berijming van Bijbelsche verhalen, het ware Christendom in ons volk bevorderen, wanneer hij, gelijk zij, helder Christelijke idcën en diep godsdienstige gevoelens in zijne verzen uitdrukt.

Daar het ons een hoogst aangenaam verschijnsel is, wanneer beschaafde mcnschen van allerlei stand en betrekking in hel openbaar door eenig geschrift hunne belangstelling in godsdienst en Christendom te kennen geven , kunnen wij niet nalaten te betuigen, dat wij als zoodanig met genoegen lazen: liet Gebed des Heeren, of het Onze Vader, dichterlijk gevolgd en uitgebreid door j. Tn. büsee, Phil. Th. Mag. Lit. Hum. Dr., gepensioneerd Officier en Griffier hij het Kantongeregt te Zwolle [Zwolle 1839).

II.

Leerredenen.

Van den Iloogleeraar w. a. van hengel hebben wij thans een Achttal Leerredenen (Amst. 1839) ontvangen, in welke, even als in zijne vroeger uitgegevene Leerredenen, ook in ons Tijdschrift met lof vermeld (8), weder klaarheid van stijl, rykdom van zaken, en hieronder ook uil geleerde studie gepast aangebragte denkbeelden, en voorts ernstige aandrang

(7) Verg. Tijdschrift, 1839. IV. 870.

(8) Zie Tijdschrift, 1837. IV. 815.

Sluiten