Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wateren van het H. Doopsel in de Katholieke Kerk doen inlijven.

Nu kunnen wij ons doel — de Kerk nl. te planten langs de boorden van de Wambarivier — bereiken door het stichten van kristelijke huisgezinnen. Waar wij acht jaar geleden onder onze gedoopten slechts weinig getrouwden aantroffen, hebben wij nu reeds een degelijke kern van over de honderd families en alles laat voorzien dat de beweging zich in de eerstvolgende jaren meer en meer zal ontwikkelen. In de streek die afhangt van den bijpost Nseke Mbanza alleen zijn er boven de duizend gedoopten en duizenden katechumenen... niet alleen jongens, maar ook meisjes en pas gestichte huisgezinnen.

VROEGER...

Op 12 Maart 1933 rond drie uur in den namiddag zat ik in het dorpsschooltje te Kingandoe de kinderen te ondervragen, toen plots het lawaai van een hevig krakeel tot mij overwaaide. Onze Bayaka, dat verzeker ik U, zijn ruziestokers van de ergste soort. Pater De Vos zaliger, die er over wist mee te praten, heette de Moeyaba kortweg een « ens clamans et vociferans — een wezen dat eeuwig huilt en tiert ». Het is de nagel op den kop.

Wat was er dan toch gaande ?

Instinctmatig keken alle kroezelkoppen den kant uit, waar het kabaal was opgestegen. Al mijn welsprekendheid, al mijn godgeleerdheid over engelen, ziel en H. Drievuldigheid, het vloog allemaal over de achteruitkijkende hoofden heen de school uit en verzwond daarbuiten in de heete lucht, die te trillen hing boven het hel schitterende zandplein. De dorpskatechist en de dikke Hendrik, mijn regionale hoofdkatechist, moesten een handje toesteken om de kleine baasjes weer tot de orde te roepen.

Mafoeta moet mee.

Pas later vernam ik de oorzaak van de ruzie, die nog niet was bijgelegd : een vrouwenkwestie. Natuurlijk ! Het ging om Mafoeta, een flink meisje van rond de 17 jaar. Een ouwe woeste Moeyaka met ruigen baard, Loepatoe genaamd, wou haar tegen

IHS

Sluiten