Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

« De reus !!! ».

De mare vloog van dorp tot dorp. Te Matigara, te Baghdogra, te Kaprel en te Panighatta was er op de markt van niets spraak dan van den bergreus. Wie had den reus gezien ?! Men wist te vertellen dat hij op denzelfden avond te Jalpaiguri en te Panighatta verschenen was. Die plaatsen liggen uren ver van mekaar, maar een reus schrijdt met reuzenstappen; zooiets was dus niemendal

onwaarschijnlijk.

Een Mijnheer schreef een brief naar de krant om het publiek er kennis van te geven, dat geloofwaardige menschen hem in 't veid op iets gewezen hadden, dat veel weg had van een reuzenspoor.

Indien dit bewijsstuk u niet overtuigt, dan zijt gi] een hardere

noot dan ik kraken kan...

Ook ik schreef dadelijk een brief, niet naar de krant, maar naar Pater Bossaers die in de streek woont, om hem aan te sporen scherp op te letten... Als die zoo 'n vent eens tegen kwam, bij voorbeeld in het groot Delka-woud... dan konden er malheuren gebeuren... De Pater is ook maar een ongeloovige Thomas en antwoordde mij heel koeltjes : dat hij al die vertelsels al van zijn volk vernomen had, dat hij er hoegenaamd niets van geloofde, dat die Budhu een zatlap was en dat hij, Pater Bossaers, in alle geval noch reuzen noch spoken vreesde. « Zijn geweten was in orde ! »

Dat is nu omtrent veertien dagen of drie weken geleden. Van tijd tot tijd rept de krant nog wat over den reus van den Himalaja, die in de Terai-vlakte verdoold geraakte, 's Nachts schuilt hij in 't woud, maar tegen den avond staat hij nu hier, dan ginder, ofwel midden in de vslden, ofwel langs een eenzamen weg. Sedert hij Budhu dien geweldigen slag toediende, heeft hij niemand meer kwaad gedaan, want als hij met dreigend gebaar zijn knuppel zwaait, nemen de arme stervelingen de beenen onder de armen. Hij heeft ook niemand aangesproken. Waarschi|nlijk kent hij de taal niet van de vallei, daar boven spreken ze alleen de dondertaal.

Nog iets over

i IHS

Sluiten