Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor jou te verkrijgen de nederige berusting van Diengene... in Wien je ondanks je loochening, nog gelooft. Dat is alles wat ik je kan geven-, Fik... Mag ik nu ook wat vragen ? Dat je, als je eens de rust terugvindt, het me ginder in Kongo zou laten weten. Daar zal ik op wachten, dat woordje van jou : « alles weer goed ». Ik hoop nu maar dat het gauw zal komen... »

Hij had de hand van Fik in de zijne genomen, die harde stoere hand...

Hoeveel tijd daar ook alweer is overheen gegaan !

De jaren staan niet stil ! Zijn vierde is dit al, in de brousse.

Wel heeft hij achteraan op de brieven van thuis nog wel gehoord van zijn vriend : « Vele groeten van Fik », maar die woorden : « alles weer goed », nee... Of die ooit zullen komen ?...

...Met een zucht trekt Pater Inde zich los uit zijn droomerij. Het was nu waarachtig geen glimlach meer op zijn gezicht.

« Fik, jongen, hoe komt het toch den laatsten tijd, dat ik telkens weer zoo aan je denk, dat je zoo bij me bent als levend ?.. »

Hij richt zich op in een moe gebaar van stijve leden. Morgen weer vroeg dag. Hoor het negertje maar ronken op zijn matje voor de tent. Het wordt tijd om zelf ook wat te rusten.

Hij ziet den brief op zijn tafel : den onaffen brief over die buffels. Morgen als we thuis zijn op post, even afmaken, denkt hij nog.

Dan knielt hij neer voor zijn kruisbeeld : het avondgebed.

« Fik, nu we vanavond zoo dicht samen zijn geweest,

zullen we maar 'ns speciaal aan je denken... Voor mijn vriend, lieve Jezus, mijn arme vriend ginder... »

Twee dagen later kwam Pater Inde van zijn motorreis terug. Tusschen de correspondentie uit Europa lag een doodsbrief.

« Welmeren » spelde hij den stempel op Een doodsbrief... den postzegel. Uit zijn dorp dus : Al¬

tijd weer die aarzeling om zoo 'n

omslag open te maken...

...« Mijnheer Victor Lenders... »

Wat ?...

IHS

Sluiten