Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door den man die als mede-arbeider en voortzetter van Lievens' missietocht een zóó belangrijke, zij het dan ook wel eens minder gelukkige, rol heeft gespeeld. Voorshands schijnt de verhouding tusschen beide uitstekende missionarissen en hun samenwerking toch nogal te hebben gevlot.

Pater Haghenbeek's pastoorschap te Dighia valt precies samen met Lievens' offensief op zijn felst. Dighia lag binnen de operatie-zone. Reeds gedurende het tweede halve jaar dat Haghenbeek er verbleef, steeg het getal katechisten die hij vandoen had, van zes tot vier en vijftig.

Dighia omvatte toen ook den in December '88 gestichten post Lohardaga, die van belang was, wijl ook daar, net als in Ranchi, recht gesproken werd en de verdediging van verdrukten voor het tribunaal tot welslagen van Lievens' bedrijvigheid ruimschoots bijdroeg.

Cus.

December 1889 wordt de plaats van Pater Haghenbeek als pastoor van Dighia ingenomen door Pater Cus. Pas uit Europa toegekomen en onbekend met de Britsche wet, beging hij volgens de toenmaals ginder gangbare rechtsopvatting een strafwaardige agressie. Wij zouden zeggen, dat hij in die bepaalde ontstandigheden uit noodweer handelde; maar de hoogste Indische rechtbank, die in dezen in laatste instantie het vonnis te strijken kreeg, veroordeelde den Pater tot acht maand gevangenis. Met de executie werd lang genoeg getreuzeld om den Pater veilig scheep te laten gaan naar België.

Walrave.

Dighia bleef eenige maanden vacant. Toen kwam in November 1890 Pater Walrave; hij bleef er bijna dertig jaar.

De nieuwe pastoor begon met een droeve ondervinding voor hemzelf en voor Pater Lievens, de apostel van Chota-Nagpur, doodziek, op zijn allerlaatsten tocht door zijn dierbaar missieland! En bij je reeds erg zure afscheid nog moeten tot het inzicht komen, dat vele van je bekeerlingen maar in schijn geloofden...

IHS >

Sluiten