is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1938, no 21, 01-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bastiaantje wil.

s Ochtends en 's avonds vergaderde heel het dorp onder de leiding van den katechist om te bidden. Zinsnee voor zinsnee bad de katechist het gebedsformulier voor, door de gezamenlijke aanwezigen telkens nagezegd. Eens kwam de pater weer mislezen, juist voor ie aan den voet van het altaar het eerste kruis sloeg, verstrooide een kristallijnen kinderstem al zijn denken. Het ochtendgebed voor te zeggen pleegt een eer te wezen die aan den katechist toekomt. Na de mis roept de pater den katechist. « Wie was die voorbidder, Ignatius ? — Da' was Bastiaantje, Pater. — En waarom zegt hij de gebeden voor ? — Hij doet het zoo treffelijk en ook zoo treffend. Hij is zulk een braaf ventje, Pater ! En de menschen bidden heel wat vromer als hij hen leidt dan als ik het zelf doe. — Laat hem 's komen. »

Fluks staat Ignatius daar terug met een manneke van een jaar of tien, een schortje om, breed voorhoofd, twee groote heldere kijkers.

« Wie leerde je bidden, vent ?

— Tata Ignatius, Pater. » Hij bedoelde den katechist.

« Bid je graag ?

— Ja ik, Pater ! Ik wil me op den post tot de eerste communie voorbereiden.

— Je bent veel te klein om het werk en het leven van den post te dragen.

— Klein maar kloek, Pater. Ik wil mijn eerste communie doen.

— Allo, doe je best om te groeien en met de groote vacantie zullen we nog eens kijken. Loop nu maar spelen ! »

Vriendelijk knikt Bastiaantje het hoofd, eerbiedig en zachtjes klapt ie enkele malen in de handen en weg is hij, naar de andere bengels van het dorp terug.

Tegen einde Juli kwam de Pater opnieuw over. De school werd geïnspecteerd. Boven al de kinderen blonk Bastiaantje uit. Na de school holt het ventje naar den pater :

« Pater, binnenkort is het Maria-Hemelvaart. Ik wil mijn eerste Communie doen.

IHS