is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1938, no 21, 01-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't eikenhout van den stoel waar hij op zat. Dergelijke menschen loopen met hun « belevenissen » niet te koop. Dat ligt ergens diep besloten en bewaard in hun gemoed. Het leeft er zijn ondoorgrondelijk leven voort in de langzame gedachten achter hun kalme oogen, in de ongeweten herinneringen achter hun vaste lippen. Maar er komen toch van die dagen, dat alles ineens naar buiten wil. Dan moeten zoo 'n menschen het 'ns kunnen zeggen op hun manier.

Het onverwachte van dat groeten overbrengen uit den Congo had vader Flaessen overvallen als een feestroes. Zijn jongen, zijn ]an van ginder ver-weg stond ineens weer zoo vlakbij. Alles wat hij binnen-in-zich ervan bewaarde werd wakker. Het wou eruit.

Vader Flaessen vertelt.

Toen zij met z'n tweeën alleen zaten — twee mannen achter den rook van hun pijp — was hij beginnen te vertellen, langzaam, woordje voor woordje.

Pater Mangels begreep dat hij den man nu maar stilletjes moest laten begaan. Niet er tusschen komen, luisteren maar.

« Onze Jan, zoo 'n goeie jongen altijd geweest ! Hij kon nog geen mug kwaad doen.... En sterk, sterk ! Hij wist met zijn krachten geen blijf, 't Gereedschap brak in zijn handen... ».

Een gebeurtenisje rechts, een gebeurtenisje links....

Hoe de jongen eens een hollend paard naar den kop was gesprongen. Hoe moeder eens ziek werd 's nachts. Jan op weg, den dokter halen, heen en weer naar het dorp op zijn bloote voeten, zooals hij uit zijn bed was gesprongen. En dat in het hartje van den winter, 't vroor dat het kraakte !

Och, 't eene gebeurtenisje bracht het andere naar boven.

't Werd Pater Mangels zoo eigenaardig te moede bij dat langzame vertellen, 't Was of de simpele, goede dingen om hem heen wakker werden : de tafel die even kraakte, de tikkende staanklok met koperen hanggewichten in den hoek, het hertengewei boven de deur, de heele kamer die hij zag, en daarbuiten het gansche huis, dat hij er omheen wist. Iets kwam er uit naar voren : iets, ziel, eigen verleden, geschiedenis.

De trage woorden van den man voor hem, het was of die hem

IHS =55=iiiSS==5==5=Si^=iïi=ï