is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1938, no 21, 01-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inwijdden in het onzichtbare, dat zoo reëel in alle dingen hier huisde : de eigen atmosfeer van een familie. Menschen hadden hier samen geleefd in liefde, en gestreden : een groote zwijgzame man en een klein, zachtmoedig vrouwtje. Kinderen waren opgegroeid uit zijn sterke zorg en haar simpele goedheid. Ze hadden misschien zelf niet geweten hoezeer ze van elkander hielden

Toen Jan naar 't klooster ging.

Pater Mangels sloot even de oogen om een beeld in zich op te roepen : broeder Jan, de baardige kerel met zijn vervaarlijke houthakkersbijl. Hoe hij plots zoo blij kinderlijk naar hem had opgekeken en gezegd : « Als ge dat woudt doen, de groeten overbrengen thuis aan vader en moeder ! »

Ja, die reus van een kerel, zoo sterk en zoo kinderlijk goed, hiervandaan kwam hij : een jongen van hier !...

« En dat die jongen toen naar het klooster wou gaan !... » vertelde de langzame stem van Vader Flaessen. « Zoo heelemaal op t onverwacht. Wie had dat kunnen denken ! 't Was altijd wel een stille geweest en een godvruchtige, dat wel... maar dit !... Na het ongeluk had hij mijn plaats overgenomen. Een houtvester als onze Jan, zoo zal Mijnheer Dupuis voor zijn bosschen er niet gemakkelijk meer een vinden !... Ik had al 'ns gedacht bij mezelf in die dagen : hij heeft zijn jaren, de jongen; 't wordt tijd dat hij naar een meisje omziet !... Maar toen kwam er missie in 't dorp. Na die dagen werd de jongen nog stiller dan gewoonlijk. Dat hij nog al eens naar Mijnheer Pastoor ging, wist ik wel. En op een namiddag... dat vergeet ik nooit, al word ik honderd jaar : ik was met mijn stokje het bosch eens ingesukkeld. 'n Mensch ziet toch nog altijd graag het werk gebeuren dat hijzelf niet meer kan verrichten. Hij was een boom aan het omhakken. Ik stond er bij te kijken. We waren met ons tweeën heelemaal alleen.... Ineens laat hij zijn bijl zinken. Hij draait zich om, heelemaal rood als een kind. « Vader » zegt hij « ik had het u al een tijdlang willen vragen.... Ik zou naar t klooster willen gaan, broeder worden. »

Ik stond stom van 't plots verschieten.

IHS