Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aar nadien Pater Van Der Linden besliste : « Dat kan zoo niet blijven duren, een kapelleken zal er wezen, een kapelleken zal er zijn. »

Daar zulk een bedehuis niet uit den grond oprijst als paddestoelen

Wanneer de hemel geeft zijn zegen Van eenen schoonen zomerregen,

werd Pater Van Der Linden uit kracht van dit besluit tot den bedelstaf gebracht. Een dame van Lohardaga beloofde dezen staf over te nemen. IJdel bleek deze belofte, Pater Van Der Linden nam dus de bedelpen in de hand en op een goeien dag bestelde de postbode hem een brief uit Darjeeling, waarin Pater Hippoliet Waelkens hem meedeelde, dat hij Pater Waelkens, te Tielt een neef had die een aardige sommetje ter beschikking stelde van Lohardaga's pastoor. Meteen werd Pater Piet tien jaar jonger en terstond maakte hij aanstalten voor den bouw.

De mensch bepaal' wat beuren kan of niet,

Wat God begeert en toestemt, dat geschiedt.

Den lOden Juni 1923 slaat bij Ita een zonnesteek Pater Van Der Linden van de fiets, hij moet op slag dood zijn geweest. Een christen was direkt Pater Kapelaan loopen waarschuwen, dat de pastoor ginds sprakeloos tegen den grond lag. In allerijl naar de plaats van het ongeval. Te laat, het lichaam lag al verstijfd. De thermometer gaf in de schaduw 42 graden aan.

De tweede telg.

Kort na dit overlijden ontvangt Pater Kapelaan volgend briefje van Mgr. Meuleman, den aartsbsischop van Calcutta, waar Chota Nagpur toen nog toe behoorde :

« Waarde Pater Bertrand,

Ik bied u mijn oprechte deelneming aan bij het schielijk heengaan van mijn goeden vriend Pieter. Na overleg met den regulieren vice-overste schrijf ik meteen aan Z. E. P. Jozef van Lemberghe, rector van Huize Manresa te Ranchi, dat hij u vooreerst Pater Paul Lallemand te hulp sture. Tot nader order staat u te Dighia als pastoor. »

IHS

Sluiten