Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na den slag.

En telkens herhaalt zich hetzelfde tooneeltje : in de klassen jongens die door het raam kijken en onderwijzers die terechtwijzingen roepen; op de speelplaats een ondervraagde die de armen zwaait en huppelend voortloopt of de handen op het hoofd aangeslenterd komt, al naargelang den uitslag « er door » of « er in » luidt.

Te elf uur kondigt de klok het einde der lessen aan. Het gebed wordt gezegd en in rangen treden de scholieren uit de klassen. Terwijl anders op het teeken van den onderwijzer de jongens rustig uiteengaan, stuiven ze vandaag uiteen, rennen in stormpas naar degenen die ondervraagd werden en bestoken die met een « Wat heeft hij gevraagd ? Hoe heeft hij gekeken ? Wat hebt gij gezegd ? » en honderd dergelijke meer. De overwinnaars staan als gevierde helden omringd door reporters en vertellen, vertellen ! Veel vlugger dan op het examen beantwoorden ze tientallen van vragen en verhalen hoe zij in 't hachelijkste van de vuurproef koen en kalm hun man stonden. Ingewikkeld, heel ingewikkeld waren anders de strikvragen wel. Zij spartelden door alles heen, kenden immers hun zaken haarfijn !

De ongelukkige stakkers die door de mand vielen, maakten zich stiekem uit de voeten. In een schuilhoekje zitten ze met een paar dorpsgenooten te jammeren. « Zij hadden de vragen niet duidelijk gesnapt, voelden zich vandaag nu juist heelemaal onlekker. Zij kenden eigenlijk grondig heel de stof, maar konden zich op het gegeven moment precies dat niet herinneren, wat hen bepaaldelijk gevraagd werd. »

Wekenlang bieden die examens stof tot praten, voor de eenen om te roemen op hun kennis en koelbloedigheid, voor de anderen om te weeklagen over hun eeuwig pech.

Desondanks vooruit !

En wat zeggen de ouders zooal, wanneer hun kinderen druipen? De meesten heelemaal niets. De eenen beseffen niet ééns, wat een examen is en hechten daaraan niet het geringste belang; al wat ze verlangen is hun kinderen af en toe weer te zien. De anderen

IHS

Sluiten