Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunne bepalingen over de betrekking des Zoons lot den Vader -veelal of sabellius, of arius, of athahasius gevolgd zijn. Die bepalingen schijnen mij alle min of meer van de Bijbelsche eenvoudigheid en waarheid af te wijken. Johatoes voorstelling, dat de eeuwige en eenige Godheid zich eenen harer waardigen, Goddelijken Woordvoerder heeft daargesteld, die haar onzieniijk wezen 7.igtbaar openbaart, en, op hel naauwst met God vereenigd, Gods Zoon wordt geheeten: — deze voorstelling is duidelijk en redelijk, en vrij van allerlei tegenwerpingen, tegen de andere drie denkwijzen Ie allen tijde ingebragt. Zij werd ook in de aloude Kerk, vóór het Nicesche Concilie, dus tol in de vierde eeuw, ahjemeen gevolgd; gelijk men niet alleen uit de Alexandrijnsche Kerkvaders kan zien, maar ook uit de bepalingen van de Kerkvergadering van Anliochië, in 2(59, tegen paultjs samosateisus, en het begin van eusebius Kerkelijke Geschiedenis.

Doch wij moeten tot de woorden van johakkes lerugkceren. Minder woordelijk, maar wat den zin belrcft meer naauwkeurig, zouden wij dit eerste vers aldus in onze taal kunnen overbrengen: » In den beginne aller dingen bestond reeds de Woordvoerder der Godheid; en deze haar Woordvoerder was bij dc Godheid; en dez.e haar Woordvoerder was ook zelf een Goddelijk persoon."

Met hetgeen johanïïes in het tweede vers nog zegt: »Dil was in den beginne bij God," of liever, »bij de Godheid," schijnt hij le willen te kennen geven, dal deze Tolk van God lang vóór zijne menschwording, ja reeds in den beginne bestond, en dat Hij toen reeds een afzonderlijk, zelfstandig Wezen was,

Sluiten