Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genoegzaam, dat johaknes hier niet philosoplieert. Hij verhaalt in deze eersle vijf verzen niets dan geschiedkundige daadzaken, wanneer Gods Beeld en Tolk, de Zoon des Vaders, reeds bestond, in den beginne; waar Hij was, hij God; welke zijne natuur was, eene Goddelijke; wat Hij gedaan heeft, als degene, door wien God werkt, alles scheppen; en daarop , dat deze zelfde het is, die vroeger der menschen licht was en in johasnes tijd onder de inenschen als mensch was verschenen, om hun leven en licht te zijn. Dit is alles geschiedenis, geene redenering ; dit is verhaal, geene sluitreden.

Vragen wij nu echter verder, waarom hij die geschiedkundige trekken over jezus Christus vóór zijne menschwording mededeelt en zich niet liever bij 'sHeeren verschijning als mensch alleen bepaalt, gelyk de drie overige Evangelisten hebben gedaan? Het antwoord is gereed. De meer nadenkende en dieper gaande joüannes wil de laatste daadzaak uit de eerste ophelderen: hg wil de onbegrijpelykheid van jezus verschijning op aarde wegnemen, door in den aanvang van zijn geschrift op datgene te wijzen, waaruit-alleen die verschijning verklaard kan worden.

heeft ? En even natuurlijk als deze, kon die geest ook dat andere denkbeeld van een' middelpersoon vinden. Want kinderen mogen God overal onmiddellijk werkende denken, wij , volwassenen , zien God altijd door middelen werken; mogen wij daaruit niet besluiten, dat God het ook wel zal doen, als wij het niet zien ? Het denkbeeld van een middelpersoon zou dus door philo en tLA/ro kunnen gevonden en door jezüs of joiiannes kunnen bevestigd zijn, als waar. Zoo werd Amerika eerst in het denkend brein, daarna daadzakelijk gevonden.

Sluiten