Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, dat was zijn lijden, het lijden niet alleen der onschuld, maar der verhevensle, der Goddelijke liefde voor menschen, die Hij daar alzoo legen zich zag woeden, lot hun eigen dood en verderf!

Maar ook met zoo vele woorden, duidelijk en krachtig , bestraffend en dreigend, overtuigend naar liunne vatbaarheid en behoeften, overredend allen, die er vatbaar voor waren, sprak Hij het uit, dat niet Hij, maar geheel zij zelve, die Hem verwierpen, daarvan de schuldige, hoogstmisdadige oorzaken waren.

Opzettelgk en bij herhaling wilde Hij zich met hen inlaten, om hen te overtuigen van zijne hooge geloofwaardigheid. Hij wilde het hun zelfs toegeven, dat zij op zijn eigen getuigenis niet in Hem behoefden te gelooven (5). Maar Hij beriep zich op het getuigenis van zijnen Vader zeiven in de werken , die Hij deed (6); ja, om hun te gemoet te komen noemde HÜ ook het getuigenis van den Dooper, tot wien zij gezonden hadden (7). Beschuldigden zij Hem van wetverbreking, omdat Hij op den Sabbat iemand genezen had (8): Hij wilde zich legen die beschuldiging verdedigen en deed het tot hunne verstomming (9); vermaande hen, om toch niet naar het aanzien.oordeelen, maar een regtvaardig oordeel te vellen (J). Wilden zij Hem steenigen; Hij deed hun die snijdende vraag: » Vele treffelijke werken heb ik U van mijnen Vader getoond, om welke van die steenigt gij mij ?' En

(5) Joh. V : 31, verg. II.

(8) Joh. V : 36 , 37».

(8) Joh. V: 1—9.

(1) Joh. VII: 24.

: 13, 14.

(7) Joh. V : 32—34. (9) Joh. VII: IC—23.

Sluiten