Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neen! zij geloofden niet in mozes , hoe zij ook op hem hoopten, hoe zij ook zijne schriften onderzochten; zij hadden niet het regie oog en oor voor hetgeen God door mozes en zijne Profeten getuigde. En, zoo zij de schriften ■van biozes reeds niet geloofden, die zij als Goddelijk roemden, hoe zouden zy dan zijne woorden gelooven, de woorden van Hem, legen wien zij zoo zeer waren vóóringenomen (2). Het ontbrak hun dus geheel aan zin voor het Goddelijke. En geen wonder alzoo, dat zij, ofschoon zy Hem, jezüs , zagen, nogtans niet in Hem geloofden; die toch Hem zag, zag den Vader (3). Geen wonder, dat zy in zijne werken, de w erken zijnes Vaders niet erkenden, het getuigenis, dat de Vader zelf Hem in die werken gaf, niet opmerkten. Niels vreemds voorwaar, dat zijn woord in hen geene plaatse had, niettegenstaande het niet anders dan het woord der waarheid, het woord Gods was (4). Zij waren niet uit de waarheid en daarom hoorden zij zijne slemme niet (5). Zij waren niet uit God, en daarom hoorden zy ook de woorden Gods niet (6). Zij kenden zijne sprake niet (7), verslonden Hem niet eenmaal. Het was hun vreemd, onverklaarbaar, wat Hij zeide en wal Hij deed. Dat Hij slechts de eer zijnes Vaders zocht; — het stond geheel boven hun bereik. Dat Hij, zoo ijverig op hunne erkentenis van Hem aandringende, dat deed enkel uit Goddelijke liefde, waarmede Hij hun heif

(2) Joh. V : 45 , 46 , 47.

(3) Juli. VI: 35. Gebrek aan physiognomtsch gevoel, zegt lavaier ergens , lieeft jezus aan het krnis geslagen.

(4) Joh. VIII: 37 , 45 , 47. (5) Joh. XVIII: 37b. (0) Joh. VIII: 47. (7) Joh. VIII : 43a.

Sluiten