Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eigen levensbeginsel is geworden van den menschelijken geest? Wie heeft het niet opgemerkt, hoe hier de geest Gods wordt voorgesteld als iets, dat hel Christendom voorafgaat of in vereeniging met hetzelve zijhen invloed uitoefent, en elders weder als iels, dat in het Christendom heerschl en eene vrucht is van het geloof in het Evangelie? Wien bevreemdt niet in den eersten opslag die onderscheiding tusschen den Goddelijken geest, welke door alle eeuwen heen , inzonderheid in de dagen des Ouden Verbonds, zijn bestaan en zijne werking openbaarde en dien geest, welken ciiristus beloofde te zullen zenden na zijn heengaan tot den Vader? — Men ontdekt wel aanstonds, dat het verschil hier grooler schijnt, dan het inderdaad is, overmits er bij al het opgenoemde niet meer dan twee hoofdvoorstellingen ten gronde liggen ; dan ook zoo nog; hoevele vragen en bedenkingen rijzen niet bij ons op! — Hebben wij hier te denken aan twee geheel verschillende zaken of aan twee zijden derzelfde zaak? Is het laatste waar, hoe laten zich die dan vereenigen? In welke betrekking staat de heilige geest, die eerst na de hemelvaart van jezus werd uitgestort, tot de werkingen en gaven des geesles van vroegere dagen? Wat is in den eeislcn het eigenaardige en kenmerkende? waarom viel hij der menschheid niet vroeger ten deele 1 ... . Doch genoeg, om le doen zien, dat er nog veel na te vorschen en te ontwikkelen is, hetgeen tot dusverre minder opzettelijk, althans niet helder genoeg in het licht is gesteld, en dat het uit dien hoofde voor eiken Bijbelonderzoeker van de uilersle aangelegenheid blijft, zoo naauwgezet mogelijk het onderzoek naar de Evangelische leer des heiligen geesles voort te zetten.

1841, ia

Sluiten