Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cligVieid en slrcngc pligtsbetrachting, is de mensch nog van God afgekeerd en van God verwijderd, zoolang hij nog bovenal voor zijn eigen geluk, of voor zijne eigene eere, of voor zijne eigene grootheid, en dus nog voor zich zeiven leeft; zoolang hij nog niet leeft voor God; zoolang Gods wil nog niet zyn lust is en zijn leven; zoolang Gods geest hem niet bezielt en in alles, in alles hem bestuurt en aandrijft.

Ja, de mensch heeft behoefte aan verzoening met God. En, de mensch zelf gevoelt het. Getuige dat zien van straffen Gods in de rampen des levens. Getuige dat vreezen van Gods strafTe in den dood. Getuigen die offers ter verzoening in het geheele menschdom aangebragt. Getuige ook dat gevoel van schuld en die vreeze des doods, die nog heden zoo velen op het harte brandt en hen kwelt en jaagt! — De mensch gevoelt het zelf, hg heeft behoefte aan verzoening met God; het is noodig, dat hij gebragt worde tot vereeniging met God.

Maar nu, Gods welbehagen is het, dien mensch te brengen tot Hemzelven, tot vereeniging met Hem.

Dat is Gods welbehagen, zegt de Apostel, Gods welbehagen omtrent allen. — Groote God! hoe onteert men U dan, wanneer men U durft prediken, als waart Gij eenen vertoornden dwingeland gelijk, als cischtet Gij voor U zeiven een offer, om zelf met menschen te worden verzoend, en om dan nog slechts weinige gunstelingen te willen behouden! — Het is Gods welbehagen omtrent allen, om allen met zich te verzoenen en te vereenigen. O, hierin herkennen wij Christenen onzen hemelschen Vader, dien God, die de liefde zelve is. Dat welbehagen om allen met zich te vereenigen, is het welbehagen,

Sluiten