Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ging, was hij kalm, bezadigd, /onder neiging tot het mystieke en zonder hevige hartstoglelijkheid. Hij >vas afkeerig van twist en tot den vrede gezind. Hieraan schijnt toegeschreven te moeten worden, dat hij soms niet geheel opregt en wel eens dubbelzinnig was in het openleggen zijner gevoelens. Aan zijne vijanden gaf dit aanleiding, om hem van listige achterhoudendheid te beschuldigen. Anders was hij, van den kant der zedelijkheid, een zeer achtingwaardig mensch, die van vrienden zoowel als vijanden het getuigenis had van bijzondere regtschapenheid van karakter en eenen onbevlekten levenswandel. — Dit zy genoeg van pelagiüs zeiven. Het is eigenlijk zijn stelsel, hetwelk wij te beschouwen hebben. Laat ons daartoe in de tweede plaats overgaan.

II.

Volgens het gevoelen van pelagius bestond er dan, vooreerst, geene zoogenaamde erfzonde. De mensch was vóór de eerste zonde in denzelfden toestand als thans, en thans in denzelfden toestand als vóór de eerste zonde. — De eerste mensch had inzigt, versland en volkomene vrijheid van wil, krachtens welke hij zondigen kon, en ook in staat was om niet te zondigen. Dit alleen had adasi boven zijne nakomelingen vooruit, dat er toen nog geen voorbeeld van zondigen gegeven was, als ook dat hij volwassen op de wereld kwam en daardoor terstond hel gebruik van zijne rede, derhalve ook van zijne vrijheid, had. Overigens was zijne natuurlijke en zedelijke toestand even gelijk die der menschen nu is. De zonde kan door natuurlijke voortteeling niet voortgeplant worden, omdat de ziel niet alzoo voortgc-

Sluiten