Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoren kruin, die barrevoets zijne cel binnentreedt, en, door kastijding en geeseling, het vleesch zoekt te dooden. Lutuer (waarom zonden wij het loochenen?) was een van die mannen, welke ligtelijk in uitersten vervallen. Als Broeder augustinus was hij, door o\erdrevene gestrengheid en onthoudining, schier een dweeper geworden, en ware, zonder cene hoogere leiding, misschien als een beklagingswaardig slagtoffer zijner opgewondene verbeelding gevallen (4). Somber, droefgeestig, cn nog steeds, naar den inwendigen mensch, ongelukkig, sleepte hij zijn leveji voort; nu meende hij Gods genade door onophoudelijke boete gevonden te hebben, een voorbeeld van slaafsche en verblinde onderwerping. Later schreef hij alzoo aan den Hertog georg van saksen: »HeL is waar, dat ik een vrome monnik geweest ben, en mijne orde zoo streng diende, dat, ik liet niet zeggen kan. Als ooit een monnik door het monnikenleven ten Hemel kon ingaan, dan zoude ik daar wel zijn ingegaan; dit kunnen mijne kloosterbroeders, die mij gekend hebben, getuigen; want als het langer geduurd had, zoude ik mij door waken, bidden, lezen en ander werk, ter dood gemarteld hebben. Ik heb mij zeiven dikwerf zoo hard getuchtigd j dat ik het thans niet meer beschrijven wil, en evenwel was ik treurig en beangst, en vertwijfelde aan Gods genade."

»Eens, verhaalt seckendorff, sloot hij zich in zijne

(4) Bij zijne intrede in liet klooster had li ij den naam van haarteh afgelegd en dien van augoftinus aangenomen , gelijk t. v. vroeger verhaalt. Wij maken hierbij opmerkzaam, dat lekerlyk alleen zijne toen reed» grnote voorliefde voor den Kerkvader arc.vsTiNt's hem deszelfs naam heeft doen aannemen en eonc onic, «aar hein gohoeten, daeu verkiejen.

Sluiten