Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nis hebben onderschreven. Wanneer zal men dan toch ophouden, die oude formulieren voor te stellen als scheidsmuren, oorspronkelijk tusschen de Protestanten onderling opgetrokken? Zij zijn dal niet geweest, maar bolwerken, die elke Evangelische Gezindte voor zich legen den gemeenen vyand, de Roomsche Kerk, had opgeworpen; waarom men in die eeuw dan ook de belijdenissen van meer dan ééne Kerk onderteekenen konde. Maar hieruit blykt dan te gelyk, dat men er niet aan dacht, die geloofsbelijdenissen voor geloofsbonden te houden! — Op bl. 127 zien wij eene gewigtige reden 'opgegeven, waarom de Luthersche Kerk reeds in de zestiende eeuw hier in verval geraakte. Zij is deze, dat de strengere Lulherschen zich aankanleden tegen de afzwering van philips II, dewijl zij de Overheid, door God ingesteld, in het wereldlijke zoolang mogelijk wilden eerbiedigen. Eene andere gewigtige reden wordt hier echter niet opgemerkt: deze, dat door de vervolgingen in Frankrijk en België hier heen een overvloed van Hervormde Predikanten kwam vlusr-

o

ten, die leerlingen van calvyn en beza waren en aan de gemeenten hunne geestrigling inplantten.

Van deze werken over geheele Kerkgenootschappen gaan wij tot levensbeschrijvingen over. De eerste van deze zij de ons reeds twee jaar ontslipte Gregoor VII, of de strijd tusschen Kerk en Staat in de XIde eeuw, door i. h. sonstral, Predikant aan den Helder, Amst., lij Beijerenck, 1838, twee stukken , zamen 464 bl. uitmakende. Dit is buiten twijfel een der belangrijkste, grondigste en meest bewerkte boeken, die over de geschiedenis der Kerk 1841. 54

Sluiten