Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jongens, de gelegenheid moet worden gegeven om de m hen wonende talenten te ontwikkelen; dat kinderen niet aan de ouders toebehooren, maar aan de gemeenschap waarvan zij deel uit maken; dat een beroep naast levensbevrediging ook levensonderhoud verzekeren moet; tenslotte dat men een vak kiest, niet terwille van de — altijd relatief korte — opleiding, maar van de — langere, misschien levenslange — uitoefening.

Tevens moet er doelmatige kennis van het beroepsveld worden verspreid, zooals het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid sinds vele jaren doet door kostelooze toezending van zijn Beroepskeuze-Leidraad met jaarlijksche supplementen aan een goede 7000 scholen. Zelfs al zou slechts 10 pet. dier scholen met den gids werken (door bespreking in de hoogste klas en uitleening aan de van school gaande vrouwelijke leerlingen) dan nóg kan hij jaarlijks vele duizenden meisjes ten nutte zijn; een veel grooter aantal, dan door de gezamenlijke Beroepskeuze-Bureaux wordt bereikt.

Het spreekt vanzelf, dat zulk een leidraad, behalve collectieve, ook alleen summiere kennis verschaffen kan: omtrent opleidingsgelegenheden; duur en kosten aan de beroepsvorming verbonden; examens; salarieering en overige vooruitzichten in de verschillende vakken; benevens enkele korte aanduidingen (bedoeld om ongeschikte krachten, zoowel in hun eigen als in anderer belang, daaruit te weren) omtrent hetgeen in sommige beroepen wordt geëischt.

Zeker is 't wenschelijk, indien die collectieve voorlichting voor een zoo groot mogelijk aantal jeugdige personen door individueele beroepskeuze-raad kan worden aangevuld. Mits die goed zij! D.w.z, mits de leiders en leidsters van BeroepskeuzeBureaux zich niet blind staren op de

would-be belangrijkheid en would-be-wetenschappelijkheid van de aanleg-bepaling, maar er voortdurend van doordrongen zijn, dat het in de allereerste plaats volledige maatschappelijk-economische georiënteerdheid is; kennis tot ia de kleinste bijzonderheden van het steeds wisselend ontzaglijk uitgebreid beroepsterrein, welke hen voor hun taak geschikt maakt. Enkele voorbeelden uit de practijk van ons Bureu mogen aantoonen, hoe, nadat de aanleg werd vastgesteld, de moeilijkheid van het verstrekken van een juist beroepskeuze-advies pas begint.

Mejuffrouw A., pas eindexamen H.B.S. voor meisjes met 6-jarigen cursus hebbende afgelegd, wil leerares worden in Nederlandsch of Fransch. Dit staat vast. Zij weifelt evenwel tusschen die beide talen en tusschen academische studie of middelbare acte behalen. Om te komen tot ons positief advies: Fransch (waarvoor het meisje in questie atijd 8 of 9 op haar rapport had, en waarvoor zij een buitengewone voorliefde koestert) en academisch, was 't noodig, op de hoogte te zijn niet alleen van de respectieve plaatsingskans als leerares in Fransch en in Nederlandsch, maar ook van de voor- en nadeelen, financieele zoowel als andere; van intellectueelen en hygiënischen aard, verbonden eenerzijds aan studie voor een middelbare acte, anderzijds aan de universiteit; ten slotte, van den goedkoopsten en toch zekeren weg om opgeleid te worden voor het staatsexamen. De aanlegbepaling bood dus geenerlei moeilijkheid, maar de omstandigheden, waarmede de adviseuze bekend behoorde te zijn, waren vele.

Mejuffrouw B., 18 jaar oud en in 't bezit van einddiploma gymnasium B., heeft haar keus gevestigd op het vak van leerares in huishouden en waschbehandeling of in koken en voedingsleer. Maar alvorens definitief te beslissen wenscht ze de voor en te-

Sluiten