Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zicht, en dat, „bijgewerkt tot op heden" bezit niemand.

Wel publiceert nu b.v. de Technische Hoogeschool, hoe het staat met de vooruitzichten van hen, die het ingenieursdiploma behaalden; dan weer b.v. ontvangt men berichten, welke kansen een oud-leerling der Koloniale Landbouwschool bezit.

Maar een algemeen overzicht ontbreekt; en een centrale plaats van informatie in dezen is niet aanwezig. Duizenden hebben echter belang bij het bestaan daarvan. Indien de intellectueele „arbeidsmarkt" — het woord teekent den toestand — reeds overvoerd is, klemt te meer het belang van nauwkeurig te weten, waar nog een plaats, waar nog een uitzicht is te vinden. Een centrum vanwaar men de inlichtingen kan ontvangen, maar waarheen ook de inlichtingen gaan, zou een welkome steun zijn voor de steeds meerderen, die doelloos en soms hopeloos, rondzwerven op zoek naar een betrekking."

Daarom bepleit de heer Bolkestein de oprichting van één algemeen Bureau voor intellectueele beroepskeuze voor Nederland en voor Indië, De wenschelijkheid zal ieder toegeven dus is het genoeg, indien maar de mogelijkheid van zulk een Bureau wordt bewezen.

Een woord over de inrichting. Aan het hoofd, als directeur, denk ik mij een aktieve en humaan voelende persoon, ,bi) voorkeur met een voltooide opleiding aan Universiteit of Hoogeschool. Administratieve hulp staat hem ter zijde. Of deze directeurs-functie een volledige betrekking zal zijn, moet de ervaring uitmaken; naar mijn meening zal na eenigen tijd blijken, dat dit wèl het geval is. Het Bureau verzamelt gegevens, op elk terrein in Nederland en Indië, die noodig zijn voor allen die een intellectueele betrekking wenschen. De kansen van plaatsing en de we¬

gen om daartoe te komen, behooren tot de eerste punten van de gegevens-verzameling.

Inlichtingen en adviezen worden niet kosteloos verstiekt; maar tegen vast te stellen tarieven.

De vraag is, wie zulk een Bureau zal stichten en onderhouden voor zoover de eigen inkomsten niet voldoende zijln. Staatshulp acht ik hierbij niet gewenscht, zij leidt tot staatsbemoeiing, die vermeden kan worden. Bedoeld wordt een instelling van zuiver maatschappelijk nut, waarvoor verschillende kringen der maatschappij zich mogen interesseeren. Als stichters denk ik mij de verschillende vereenigingen op het gebied van het gymnasiaal-, middelbaaren handelsonderwijs, gesteund hierbij door andere maatschappijen, vereenigingen en corporatiën, die zich op onderwijsgebied geheel of gedeeltelijk bewegen. Het zou mooi zijn — imaar men aarzelt aan de verwezenlijking daarvan te igelooven — indien confessioneelen en niet confessioneelen in dezen konden samengaan: hier ligt toch voorzeker gemeenschappelijk werk te doen.

Men kan goeden moed hebben op het vooruitzicht, dat andere maatschappelijke groepen — van werkgevers en werknemers; krinigen van wetenschap; van nijverheid en industrie — zulk een Bureau financieel zullen willen steunen. Vooral indien men de instelling niet kunstmatig dadelijk groot opzet, maar haar zich geleidelijk laat ontwikkelen.

Voor een begin zijn noodig, die overtuigd zijn van het goede nut van zulk een Bureau van intellectueele beroepskeuze. Men moet het zoeken en tasten van zoovelen kennen, soms van radeloozen, om overtuigd te zijn dat nauwkeurig kennen van de stand van zaken in dezen zeer gewaardeerden raad kan schaffen; kan helpen of

Sluiten