Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

christus bevatte en in zich sluite." — » De Sophisten mecncn, dat wij om eene kleinigheid vechten, als zg hooren, dat wij over hel geloof leeren. Want zij verstaan en weten niet, dat het geloof eene verandering en vernieuwing is der geheele natuur; zoodat oogen, ooren en het hart zelve geheel en al anders hooren, zien en voelen, als andere lieden. Want het geloof is een levendig en geweldig ding; het is niet eene slaperige en luije gedachte, zweeft en drijft ook niet boven op het hart, maar is als water door vuur verwarmd en verhit; dat blijft wel water, doch .het is niet meer koud, maar warm (2), en is dus wel een ander water; zoo maakt het geloof, 't welk een werk des heiligen geestes is, een ander hart, gemoed en zin, en maakt dus waarlijk een' nieuwen mensch" (3). Doch mogen wij hier en daar bij luther zulke uitboezemingen over het geloof vinden, de wetenschappelijke doorvoering van geloof, in den zin van onzen Heer en de Apostelen , vinden wij niet bij hem, maar meer bij zijnen geleerderen vriend melanthon. Bij dezen is het geloof doorgaans een vertrouwen, zoodat hij de leer van luther wezenlijk heeft verbeterd, hoewel men die verbetering dusverre niet algemeen heeft aangenomen (4). Uit de Zvvitsersche Hervormers wil ik slechts een paar plaatsen aanhalen van oecolampadius en calvyn. De eerste noemt het geloof ergens »het vertrouwen op God en

(2) liet is stoom, zouden wij nu zeggen.

(3) Lutheb's Werkc, uitg. van WAicn, VIII. 1817, I. 1141.

(4) Ik ben deze opmorking over meiantiion verschuldigd aan HH1BH, Comm. p. 27 (46), die lich teregt op den geheelep geest van beiahthon's Loei theol. beroept.

Sluiten