Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2 Vraag en antwoord sluiten derhalve; beide zien op de verwoesting van Jeruzalem; eene gebeurtenis, die meteen aan het licht ïou brengen, wat, tot dien tijd was verborgen, scheiden en schiften zou, wat dusverre ondereen vermengd was. Een ware tijd des oogstes, een dag des oordeels.

' In deze overtuiging worden wij bevestigd door hetgeen johanses over oordeel en opstanding heeft.

Schoon de vraag ons tot mattheus verwijst, belet ons dit niet een oog te houden op het verhaal der andere Evangelisten. Marcus en lucas, hoewel minder uitvoerig of minder aaneengeschakeld, bieden ons de waarheid onder hetzelfde omkleedsel aan, als waarin wij die bij mattheus aantreffen. en brengen ons niet verder dan ook deze reeds deed. Bij johannes daarentegen vinden wij vorm eu weien meer nabij elkander en de geest breekt door zijn omkleedsel meer henen. Te verwonderen ook zou het zijn, wanneer johatwes, hoewel hij zijn Evangelie, nadat die gebeurtenis reeds had plaats gehad, mag hebben geschreven, dezelve daarin niet, gelijk zoo vele andere zaken van vroegere dagteekening, zou hebben opgenomen. Daartoe was dezelve te gewiglig. Daarbij, johahnes was, volgens marcus (XIII: 3), ook

Verg. Eph. II: 1. Algemeen stelden de Joden zich de komst des Messias voor als het keerpunt, waardoor deze eeuw «nodigt en ,1e toekomende aanvangt. Wij zeggen, in dezelfden «m, dat h t Christendom de wereldgeschiedenis in de oude en meu,oe geschiedenis verdeelt. Doch, gelijk de nieuwere Geschiedkundige», h D onze Heer de nieuwe geschiedenis niet te rekenen van zijne geboorte, maar van zijne meer luisterrijke openbaring of den ondergang der Oude Staten. Doch de Heer begint dezen ondergang niet te tellen van dien van Home in 476, gelijk de nieuwere Geschiedkundigen ; maar van dien van Jeruzalem.

Sluiten