Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vermengd, meer kennelijk aan het licht. De Heer zond zijne boden uit, en verzamelde de zijnen bijeen uit alle volken, tot eene eigene, nieuwe Gemeente. En dit zijn geene bloote bespiegelingen, maar geschiedkundige daadzaken. Hoe weinig narigten uit dien lijd zelven tot ons zijn overgekomen, vinden wij dan loch in den aanvang der tweede eeuw reeds eene eigenlijk gezegde Kerk, die door de Heidenen reeds wordt onderscheiden , als eene nieuwe inrigting (9), die door Christenen zelfs reeds eene Katholijke wordt genoemd (I). De vestiging dier Kerk moet aldra na die gebeurtenis hebben plaats gehad, uit hoofde er, tusschen de zeventig en honderd jaren ■van onze telling, geene nadere gebeurtenis gevonden wordt, groot genoeg, om daaruit deze gewigtige verschijning, als de vestiging der Christen-Kerk met regt mag genoemd worden, te verklaren. Daarbij komt ook de Christelijke Kerk toen reeds voor als eene reeds geregelde, die dus sedert eenigen tijd moet hebben bestaan (2). Christus is met zijn rijk in een bestendig komen begrepen. In den ontwikkelingsgang der menschheid openbaart zich zijn oordeel, dat aan het slot der tijden geheel zal worden uitgesproken.

Werd met die gebeurtenis, door ons nu overdacht, reeds veel opgeheven, dat belemmerend op de Gemeente drukte, nog veel zal op dezelve blijven rusten, dat deszelfs ontwikkeling hindert. In ons zelve zien wij maar al te veel beletselen die den geest van Christus, schoon ook in ons opgenomen, niet geheel

(9) Zie niKios, in den bekenden brief aan trajakbs.

(1) Ignat. ad Smyrn., c. 8. 'Exel q xa9oUx>j ixxhjota.

(2) In de Brieven namelijk van cmmhs sok. , ignatibs , roircARWJ.

Sluiten