Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onbewust verlangen, dat ook op den bodem des veelgodendoms lag, aan te duiden en daaraan te knoopen de verkondiging van den levenden God, welken zij vereerden zonder liet le welen. Hij wijst op Hem als den gever van alles, als den beschikker van het lot der volken, die zich daarin openbaart, opdat men zou zoeken, die wel te vinden is, daar het gansche wezen der menschen in Hem zijnen wortel heeft. Als getuigenis van het bewustzijn zulk eener oorspronkelijke verwantschap met God, voert hij de taal hunner dichters aan en leidt er de verkeerdheid der afgoderij uit af. Hij zet intusschen den strijd daartegen niet voort; hij laat het aan het geweien zijner hoorders over zich zelve le riglen, en sluit daaraan dadelijk de verkondiging van het Evangelie.

Belangrijk is ook de beschouwing van paulus werkzaamheid ie Corintlie. Deze stad, welke, anderhalve eeuw na hare verwoesting, door julius caesar hersteld was, werd spoedig weder een middenpunt van handel en verkeer lusschen het Oosten en Westen. Daardoor was zij geschikt lot een gewigtig punt voor de verbreiding van het Evangelie. Maar er was ook veel, dat dezelve tegenstond en naderhand, toen het ingang gevonden had, voor de reinheid van Christelijk geloof en leven verderfelijk dreigde te worden; aan den eenen kant eene eenzijdige zucht om le weten , welke paulus wijsheid zoeken noemt, aan den anderen kant, de het godsdienstig gevoel aan zich dienstbaar makende zinnelijkheid, welke by paulus wonder zoeken heet. De eerste was aan vele op beschaving aanspraak makende Corinthiërs, de tweede meer aan de. zich daar in grooten getale ophoudende , Joden eigen. Daarbij kwam nog de groolc

Sluiten