Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Christendom, voorafgaande vatbaarheid in hen vooronderstelt, die door hetzelve lot de gemeenschap met God geraken. De prediking van hem en zijne mede-Apostelen vond gereeden ingang bij elk, die uit God was (5); in wien, met andere woorden, een beginsel van goddelijk leven, l welk hem als tot God henen trok, ontwaakt en werkzaam was. Geheel overeenkomstig de verklaring des Heeren: »Die uit God is, hoort de woorden Godsen: »Zoo iemand wil deszelfs wille doen, die zal van deze leer bekennen, of zij uil God is, dan of ik van mij

zei ven spreke" (6).

Hoofdvoorwaarde, om in de gemeenschap met God, die het Christendom openstelt, te kunnen geraken, is voorls besef van eigene zondigheid (7). \Vaar dit ontbreekt, ontbreekt waarheid (8): overeenstemming mei het wezen van God, dat, waarachtig, en als zoodanig heilig is, en door de wet des gewetens, van wier werkzaamheid ons vroeger bleek (9), dén mensch zijne strijdigheid met dat wezen, zijne ongeregtigheid, ïijne zonde verkondigt. - Maar niet minder, dan op dat besef der zondigheid, berust de mogelijkheid der gemeenschap met God, op de weldaad der schuldvergeving (I), die geheel en al uit dc natuur van God moet worden afgeleid. De zonden zijn ii vergeven, otn zijns naams wil (2),

(6) 1 Joh. IV: 6. (6) Er. Joh. VIII: 47. VII: 17.

(7) 1 Joh. I: 8, vergcl. va. 7. (8) I: 8.

(0) Vergel. V: 17. (I) I: ™rScl- v»' 7"

(2) 1 Joh. II: 12. Na hetgeen hierover door den tegenwoordiEen Franekerschen Hoogleeraar i. n. scholten in zijne Inaugurale Dissertatie, De Dei erga hominem amore, p. 18 sqq., gezegd is, kan er wel geen twijfel aan zijn , of naam slaat, te dezer plaatse, niet op den Heiland, maar op God.

Sluiten