Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lelijk leven der menschen, daarvoor dan ook inzonderheid moeten zij, die zich door Hem broeders noemen , hun leven, hunne krachten, al wat zij zijn, veil hebben. Dat is eerst de volmaakte liefde, én dan kan er, ten dage des oordeels, volle vrijmoedigheid zijn in de verschijning voor Hem, wanneer zy, te midden der menschenicereld, die een geheel ander beginsel huldigt, gezind zijn en handelen in ware gelijkvormigheid aan de liefde van den Heer (3)!

Het kon dus ook nimmer zijn, dat hij, die het waarachtige leven uil den Heer in zich omdroeg, de broeders niet zou liefhebben, of veeleer hen haten. Mogt ook een zoodanige zeggen, beweren, in het licht te zijn, en gemeenschap te hebben met God, hi] was en bleef, trots dat beweren, in de duisternis, zoolang hij in die gezindheid en daarmede overeenkomstige handelwijze volhardde (4). Hij was zoo geheel vervreemd van het goddelijke licht, dat de diksle duisterms, als 't ware, zijne oogen verblind en omneveld hield, en hij, ook wanneer hij meenen mogt, den reglen weg des lichts te betreden, zoover van denzelven was afgedwaald, dat hij het pad geheel verloren had, en ook uit zich zeiven althans tot het licht nimmer weder zoude geraken f5). Volkomen het tegenovergestelde van hem, die, door de liefde tot den broeder, in voortdurende gemeenschap met het licht, met God zeiven staat, en daardoor, bij volhardende getrouwheid aan dit beginsel, niets

(3) 1 Joh. IV: 17. (5) II: 11.

(4) II: 1U,

Sluiten