Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zich zeiven vindt, dat hem zou kunnen doen struikelen of vallen (G). De aanraking met het Christendom is, in hem, die den broeder haat, eene geheel uitwendige gebleven, en in den dood des geestes, waarin hg, toen hij ook den naam van een Christen nog niet droeg, verkeerde, blijft hij verkeren. Het vergaal hem toch even als kaïn. Waarom werd deze een broeder moor der? Dewijl zijne gezindheid en handelwijze lijnregt legen die zijns broeders overstond, en hg hem daarom haatte. Zoo is dan ook de hater een moordenaar, voorzooverre één beginsel beide drijft. En in den moordenaar heeft toch het eeuwige, waarachtige, reine en liefdevolle leven des geestes, dal uit God is, nooit eene ware, blijvende kracht kunnen uitoefenen of bezitten.

Maar het kan dan ook, na het bovengezegde, niet in aanmerking komen, dat iemand, met het zinnelijk goed der wereld gezegend, zijnen broeder gebrek ziende lijden, zijn hart voor hem zou toesluiten, en niet mededeelen van hetgeen hij heeft. Neen, in den zoodanigen leeft en blijft de waarachtige liefde niet, zoo als God ons haar, door de zending zijns Zoons, en in dien Zoon zeiven, heeft doen kennen ! Niet liefhebben met de tong, maar met de daad en in waarheid. Dat geeft ons voor ons zeiven de getuigenis, dat wij uit de waarheid, uit God zeiven zijn , en in zijne gemeenschap deelen. Dan durven wij vrijmoedig tot Hem opzien; welke vrijmoedigheid ontbreekt, indien ons hart ons over liefdeloosheid veroordeelt; icant God is nog meer,

(6) 1 Joh. II: 10.

Sluiten