Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor welk eenen invloed het nog verder is berekend. Toi de beschouwing van dit laatsle stuk zijn wij genaderd. Laat ons in korte trekken het plan des Schrijvers in dit stuk opgeven, om dan te zien, op welk eene wijze hij zijn plan heeft voltooid.

Zevende brief: de betrekking des Christendoms lol de wereldgeschiedenis een bewijs voor deszelfs goddelijkheid; voorbereiding der menschheid door het Heiden- en Jodendom tot het Christendom. Achtste brief: invloed des Christendoms op de wereldgeschiedenis, op de godsdienstige denkbeelden, op beschaving, wetenschap en kunst. Negende brief: zedelijke uitwerkselen van het Christendom, zigtbaar in de geschiedenis des menschdoms. Tiende brief: geschiktheid van het Christendom, om het heil van den mensch uit te werken van wege inhoud en vorm. Elfde brief: voortreffelijkheid des Christendoms boven elke andere godsdienst. — Hierop besluit het werk met in den twaalfden en dertienden brief vooreerst den Stichter des Christendoms voor te stellen als Apologeet van zich zeiven en zijn werk; en daarna te betoogen, dat het Christendom onmogelijk langs den gewonen geschiedkundigen ontwikkelings-gang des menschdoms konde ontstaan ; dat de voor het Christendom noodzakelijke openbaring mogelijk is, en in welke verhouding openbaring en Christendom slaan tot rede en wijsbegeerte. — Zietdaar het rijke veld, 't welk de Schrijver doorloopt; laat ons nu eenigzins naauwkeuriger zijne schreden volgen.

VII. De goddelijkheid des Christendoms is, volgens den Schrijver, dat het is eene geheel bijzondere, door God tot heil der gansche menschheid opzettelijk

Sluiten