Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

7.ijde. Wij scheiden het toekomstige' leven ligt te ■veel van hel tegenwoordige af. Het waarachtig Christelijke leven is één , omdat het eeuwig is. De dood komt alleen tusschen beide, om den Christen uit dit gedeelte van het huis des Vaders over te brengen naar een ander gedeelte. Maar ons geestelijk leven wordt daar voortgezet, zoo als het hier geëindigd werd. En de zaligheid, daar te wachten, is in haren aard geene andere, dan die de Christen hier reeds aanvankelijk smaakte. Maar hier gebrekkig en onvolkomen, ten gevolge van de zonde en aardsche ellende, waarin ook de heiligsten blijven deelen tot aan het graf. Daar volkomen, dewijl de beletselen in het genot der zaligheid, die hier zijn, bekommernissen over tydelijk beslaan, verdriet, ziekte, rampen, daar zullen zijn weggenomen, en steeds meer volmaakt, naar male de Christen, onder heiligen verkeerende, met een geestelijk ligchaam bekleed, tot zyne volkomenheid zal naderen, in gelijkvormigheid aan het beeld van Gods Zoon, in overeenstemming met God najjtr zin, wil en werkzaamheid. Waarlijk goed te worden, gelijk God goed is, en het waarachtig goede te willen, te handhaven, te bevorderen, uit te werken, — goed te zijn en anderen goed en daardoor gelukkig te maken, — dat is zaligheid voor den mensch, voor het kind van God, gelijk God daardoor en daarin zalig is. Ziet hel in Jezus , Gods eeniggeborenen en volmaakten Zoon. Daardoor en daarin was Hij ook op aarde gelukkig, hoewel dan ook rampspoedig naar de wereld. Wij kunnen er iets van gevoelen, wat Hij gevoeld, wat onuitsprekelijke, heerlijke vreugde Hij moet gesmaakt hebben, wanneer Hij , door de heilige liefde, die in Hem was, menschen van de zonde los maakte, aan

Sluiten