Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen twijfel aan, of die vormen cn regels, die kleeding en houding, zullen den welstand en bloei der Gemeente, wel verre van te belemmeren, te doen kwijnen of dreigen te verstikken, integendeel, vrij en krachtig doen vooruitgaan en volmaken.

Doch nu de vraag zelve: is er dan, behalve deze regeling van het uitwendige, geen bestuur over het eigenlijk wezen, over het innerlyk leven van deze maatschappij? Is dan die groote Gemeente in haar geloof, in hare hoop, in hare liefde en werkzaamheid zonder bestuur; dan moet immers alles door verwarring ten onder gaan? Is dat gansche ligchaam zonder besturende leiding; dan moet het immers wel verkwijnen en sterven? —, Maar neen, het is er wel verre af, dat het eene maatschappij zonder bestuur, een ligchaam zonder leidend hoofd zyn zou. Christus is het Hoofd des ganschen ligchaams zyner Gemeente, Hy bestuurt al de leden door zijnen geest; naar zijnen zin en wil moeten allen en willen ook allen, die waarlijk leden zijn, leven (C), Hem in geloof, hoop en liefde, in geheele gezindheid en werkzaamheid navolgen; juist daardoor leven allen en werken allen zamen in éénen en denzelfden geest, met alle verscheidenheid die er onder hen is, tot één gemeenschappelijk doel, om de Gemeente naar den zin en wil van Christus te volmaken (7). Christus bestuurt en leidt zelf het innerlyk leven dezer maatschappij. Hy leidt en bestuurt, niet als zonder innige betrekking tot haar, door dwang van buiten, maar als in de naauwste betrekking, door zyne liefde en door haar geloof, met haar verbonden, als ten innigste

(6) Eph. IV: 6, 15, 16.

(7) Eph. IV: 7-16.

Sluiten