Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kende (1). Ziet Hem in zijne bestemming omtrent zich zeiven, zijne naauwgezetheid van karakter in alle betrekkingen. Ziet op zijn gedrag en bestaan omtrent zijn' Vader, op hetgeen Hij is omtrent anderen. Maar ziet Hem ook vooral aan haat en vervolging en het gruwzaamste lijden ter prooi; aan de schreeuwendste mishandeling en verguizing ten doel gesteld. Ziet Hem in Gethsemane, voor den Joodschen raad, voor pilatus en op Calvarië. Aanschouwt Hem in zijn zwijgen, hoort Hem in zijn spreken, denkt aan de bede voor zijne vijanden, de zorg voor zijne moeder, het vertrouwen op zijnen God, de aanbeveling aan zijnen Vader, met welke Hij dit leven verliet. Welk eene reinheid en heiligheid ademt alles tot zijnen dood toe! Neen, dit is geene deugd in een' gewoon' mensch vallende; het is het Goddelijke, waarmede Hij vervuld is, en dat van Hem afstraalt. Wie Hem ziet, ziet den Vader!

Maar hoe aanschouwelijk vertoont Hij ook diens beeld in de liefde, welke Hij ten toon spreidt. Het is niet vreemd, dat ons van God niets meer bekend is dan zijne liefde; daarin toch is zijn geheel wezen begrepen. Hij is liefde (2). Zij is echter eene liefde door heiligheid, wijsheid en billijkheid bestuurd, en daarom ook wel eens als ernstige gestrengheid zich vertoonende. Is ook niet het geheele wezen van jezus in liefde uitgedrukt; eene liefde, die het afschijnsel der liefde Gods mag genoemd worden? Het was liefde, die Hem met zijns Vaders huis zijne heerlijkheid deed verlaten, die Hij bij den Vader had, eer de wereld was, om hier op aarde in vernedering als mensch te

(1) 2 Cor. V: 21.

(3) 1 Joh. IV: 7.

Sluiten