Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verzekering van Gods vergeving, maar een zoenoffer noodig hadden, om in God le kunnen gelooven. Daarom, denkt hij, heeft God zich naar onze zwakheid geschikt, zich als vertoornd voorgesteld, en zulk een zoenoffer gegeven. »Wanneer christus gezegd wordt den Vader met ons verzoend te hebben," schrijft hij op I Joh. V: 10, meenende, dat dit hier en daar bij de Apostelen voorkomt, » dan wordt dit zoo uitgedrukt, om aan onze behoefte te voldoen. Want, zelve een kwaad geweten hebbende, kunnen wij ons God niet anders dan vertoornd en vergramd voorstellen, totdat christus ons van schuld bevrijdt." God is dus volgens calvijn een vertoornd God , niet inderdaad, objectief, maar voor ons gevoel, subjectief; die verzoend moest worden, niet voor zich en inderdaad, maar voor ons en dus slechts in schijn , om ons gerust te stellen. »Wij kunnen ons Godlezen wij op II Cor. V: lü, «niet anders voorstellen dan op ons vertoornd; de tusschenkomst des Middelaars maakt, dat wij Hem bevredigd gevoelen. —Daar nu deze weldaad door ons geweten niet kon aangenomen worden, dan door middel van christus offer, stelt paulus hierin niet zonder reden het begin en 'de oorzaak onzer verzoening, wat ons betreft." Want elders, op Joh. XV: 13 schrijft hij; «Slechts wat ons betreft is er verwgdering tusschen ons en God, totdat de zonden door christus dood zijn uilgedelgd ; maar van deze genade , die in christus aangeboden is, was de oorzaak Gods eeuwige liefde die ook zyne vijanden

omvatte." Wat God betreft was dus christus komst en dood niet noodig geweest, dewijl »God ons ook door een woord of een wenk kon verlost hebben, haddc hel Hem niet om onzentwille anders behaagd, gelijk calvijn een weinig vroeger op Joh. XV: 13

Sluiten