Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de Militaire Spectator publiceerde hij voor kort een vrij uitvoerige en belangrijke beschouwing „Het onderzoek naar de Algemeene Praktische Intelligentie bij de keuringsraden in 1925", welke wij hieronder laten volgen.

Het A. P. I. onderzoek, zooais de commissie dat voorstelde, was het resultaat van veel proefnemingen met onderscheiden methoden van Intelligentieonderzoek en de vergelijking hiervan met de resultaten elders bereikt, daar vóór alles moest worden rekening gehouden met het feit, dat het onderzoek bestemd was voor Nederlandsche jongens van 19 jaar en dat het voldoende correlatief moest zijn met de vereischte ontwikkeling voor militaire werkzaamheden.

Het onderzoek omvat de volgende proeven : Proef 1. Oplossen van eenvoudige rekenkundige vraagstukken (totaal getal te behalen punten 20).

Proef 2. Onderscheid maken tusschen het ware en het onjuiste (totaal getal te behalen punten 20).

Proef 3. Onderscheid maken tusschen hoofden bijzaken (totaal getal te behalenpunten 30). Proef 4. Gedachten logisch ten opzichte van elkaar rangschikken (totaal getal te behalen punten 40).

Proef. 5. Voorstellingen en gedachten snel, juist en doelmatig met elkaar verbinden (totaal getal te behalen punten 40).

Proef 6. Den verkregen graad van algemeene ontwikkeling (totaal getal te behalen punten 40).

Proef 7. Verschillende gelijktijdig gegeven opdrachten snel en juist uitvoeren (totaal getal te behalen punten 36).

Naar gelang van het totaal getal verworven punten worden de onderzochte personen in een der volgende intelligentie-klassen gerangschikt : klasse punten waardeering A 143—226 zeer goed

B ri2—142 goed C-f- 79—iii ruim voldoende C 48—78 voldoende

C— 27—47 even voldoende D 0—26 onvoldoende

Deze waardeering en de schijnbaar willekeurige puntverdeeling is berekend uit de resultaten der vóóronderzoekingen. Het groote aantal punten voor klasse A is het gevolg van het feit, dat zelden méér dan 200 punten worden behaald. De tijdsduur voor de proeven is zóó beperkt, dat niemand in den gestelden tijd alle proeven kan beeindigen, daar anders onderlinge vergelijking niet mogelijk zou zijn.

Het onderzoek werd gehouden bij 17 keuringsraden, gedurende langer of korter tijd, d.w.z. in een grooter of kleiner aantal gemeenten.

De keuze van deze keuringsraden was niet toevallig, maar werd bepaald door den wensch om alle te verwachten moeilijkheden van organisatorischen aard te leeren kennen en uit alle landstreken gegevens te verzamelen.

In dit opzicht hebben de resultaten de verwachtingen overtroffen ; onoverkomelijke moeilijkheden werden niet ontmoet, zoodat het onderzoek overal een regelmatig verloop had. De proefpersonen werkten met groote belangstelling.

Reeds dadelijk na ontvangst van het proefwerk werd dit gerangschikt naar de intelligentie-klassen, voor ieder en keuringsraad afzonderlijk.

Hierbij bleek een grillige verdeeling van de A. P. I. over het land, met het centrum en het westen vèr uitstekend boven het NoordOosten en Zuiden des lands.

Eerst na jaren zal echter kunnen blijken of een dergelijke groepeering een blijvend kenmerk van die landstreken is of dat zij slechts een toevallig en dus wisselend karakter draagt. Toch vermoedt de schrijver, dat hier

5

Sluiten