is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanleg en beroep; maandblad voor beroepskeuze, jrg 3, 1927, 01-03-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijzend personeel zoo noodig behulpzaam is. Menigeen weet zich reeds binnen den gestelden tijd zelf een weg te vinden. Maar nader: hand blijft de school buiten de werkuren voor : hen openstaan tot het volgen van aanvullend . vak- en teekenonderwijs, waarvan een druk gebruik wordt gemaakt.

De zes werkplaatsscholen van de Kamer van Koophandel leiden tezamen ongeveer : iooo kinderen en iedere school heeft een eigen richting. Naast de reeds genoemde, die in ' Maart 1921 werd geopend, volgde in October : 1922 een gemengde school voor het kleedingli bedrijf, en een kunstnijverheidsschool voor metaal- en houtbewerking. Twee jaar later 1 kwamen drie scholen tot stand, één voor cartonnage en leerbewerking, de andere voor toekomstig winkelpersoneel, de derde weer gewijd aan bouwvakken en metaalbewerking, met een afdeeling voor opleiding van loodgieters en zinkbewerkers. Thans zijn plannen in overweging om de gelegenheid tot opleiding uit te strekken tot het kuipersbedrijf, de ververijtechniek, de aardewerk-industrie 1 en het vormen en metaalgieten. Inmiddels heeft de Kamer van Koophandel op grond van 1 de bereikte resultaten reeds besloten tot een uitbreiding van het aantal werkplaatsscholen. Door bemiddeling van den directeur-generaal, 1 die aan het hoofd van de afdeeling vakopleiding staat, heb ik gelegenheid gehad een bezoek te brengen aan de ateliers-écoles „pour les professions de la petite mécanique et des industries d'art" in de rue Volta en „pour les professions de la papeterie, du : cartonnage, de la maroquinerie, gainerie, : articles de voyage et industries s'y rattachant" op de Place des Vosges. Beide zijn gevestigd in oude schoolgebouwen beschikbaar gesteld door het Gemeentebestuur van Parijs. De inrichting is eenvoudig maar voldoende, de leiding en het onderwijzend personeel maakten den indruk ten volle voor hun taak berekend te zijn. Tijdens mijn be¬

zoek waren de leerlingen in groepen van twintig of dertig druk bezig in de verschillende werkplaatsen onder leiding van vakonderwijzers, meer van het type werkmeester dan leeraar. Deze bepalen zich tot het uitgeven van materialen en gereedschappen het houden van toezicht en de noodige aanwijzingen, waarbij voortdurend gelet wordt op goeden stand, juiste handgrepen en vlot aanpakken. Ieder leerling heeft een eigen werkstuk onder handen en het was aardig te zien, wat zij na enkele maanden verblijf aan de school daarvan reeds terecht wisten te brengen. In een aanteekenschrift hebben zij eerst een schetsteekening gemaakt met een korte omschrijving van de bewerking. Deze schriften gaven een duidelijk beeld van de snelle vordering en van den regelmatigen gang van de geheele opleiding. De tijdverdeeling aan beide scholen is zoodanig, dat dagelijks zes uur in de werkplaatsen wordt doorgebracht, afgewisseld met ij uur in de leslokalen en een onderbreking van 1J uur des middags.

Het onderwijs aan de werkplaatsscholen vindt groote waardeering in nijverheidskringen. Een gedeelte van de materialen wordt kosteloos verstrekt door ondernemers uit het betrokken vak. Voortdurend komen aanvragen in naar leerlingen, wier opleiding voltooid is. Deze krijgen aanstonds een hooger loon dan ongeschoolde jonge werkkrachten en zijn binnen korten tijd geschikt om zelfstandig mee te werken dan leerlingen, die hun opleiding geheel in het bedrijf krijgen. Door deelname aan een avondcursus trachten de meeste oud-leerlingen zich naderhand meerdere kennis te verwerven. Zoo opgevat, blijkt de korte voorbereidende school van gemiddeld twaalf maanden voldoende om vakbekwame werklieden te vormen, die ten volle voor hun taak geschikt zijn. De vakopleiding in Duitschland en Engeland bespreken wij een volgenden keer nader. ■